Het college kan overgaan tot het instellen van opstapplaatsen, waarbij geldt dat:
het college bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats kan aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening.
De opstapplaats zich bevindt op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en voldoende ruimte biedt voor een eventuele begeleider;
de ouders er zorg voor dragen dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is.
het college geen opstapplaats aanwijst als naar oordeel van het college door de ouders voldoende wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden.
het college tijdelijk geen opstapplaats aanwijst als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling.
Hoofdstuk 5: › Paragraaf 5.3
Artikel 63.
Aanwijzing opstapplaats
Onderdeel van Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2026