Het verbranden van snoeihout en rietsluik is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1 januari 2024) een milieubelastende activiteit geworden, waarvoor op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een vergunningplicht van toepassing is. Dit betreft een basistaak die bij de FUMO belegd zou moeten worden. Gezien het maatschappelijk belang, alsook het belang van de natuurorganisaties is ervoor gekozen om middels een beleidsregel een overgangsperiode vast te stellen. In deze periode is onderzoek gedaan naar mogelijke alternatieven. Hierbij wordt de huidige situatie vergeleken met alternatieven voor verbranding. Daarbij is meegenomen dat, wanneer verbranden het beste alternatief is gelet op de milieubelasting, er een ontheffingsprocedure zal worden gestart wat verbranding mogelijk vergunbaar maakt. Dit is nu nog niet het geval.
In het voorjaar van 2025 is het onderzoek uitgevoerd. Helaas bevat het onderzoek nog teveel onzekerheden en onvolledigheden. Om die reden kunnen we nog geen harde conclusies trekken. Wel is dit onderzoek richtinggevend. Verbranding heeft weinig tot geen toekomst. De gemeenten in het Noord–Oosten van Fryslân en de Noardlike Fryske Wâlden willen kijken of er een vervolgonderzoek mogelijk is.
Onze gemeente heeft de overgangstermijn van het beleidsstuk verlengd. Dit biedt meer tijd om tot een gedegen oplossing te komen. In dat geval wordt de taak niet overgedragen aan de FUMO en kan er in 2026 nog snoeihout en rietsluik worden verbrand.
Artikel 3.2
Verbranden van snoeihout en rietsluik
Onderdeel van Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving gemeente Tytsjerksteradiel 2026