In de kadernotitie “Zo Doen We Groen” is de ambitie genoemd om ‘aaibare natuur’ in de stedelijke omgeving te realiseren. Dit is typische stadsnatuur die gebonden is aan bomen, bebouwing, beplanting, water of ruige hoekjes. De aanwezigheid en het behoud van plant en dier zijn hierin van belang. Ook bebouwing kan een belangrijke bijdrage leveren aan de natuurwaarde in het stedelijk gebied. Door bij de planvorming hierover na te denken kan de bebouwing en/of het erf vaak vrij eenvoudig geschikt worden gemaakt voor natuur.
Voor alle bouwplannen geldt dat er sprake moet zijn van een mate van natuurinclusief bouwen. Hiermee wordt bedoeld: het zo goed mogelijk geschikt maken van een gebouw als onderdeel van het leefgebied voor stadssoorten. De waardering is gebaseerd op het verwachte positieve effect dat dit oplevert, en de beleving daarvan, die specifieke maatregelen in een plan met zich meebrengen. Daarbij beschouwen we het geschikt maken van bebouwing voor stadssoorten afzonderlijk van het creëren van natuurwaarde op het erf/terrein. Tevens wordt de grootte en aard van een bouwplan meegewogen bij de beoordeling.
Een individuele woning of ander hoofdgebouw mag uitsluitend gebouwd worden als in totaal minimaal 10 punten worden behaald voor natuurinclusief bouwen. Dit puntenaantal kan worden bereikt door maatregelen op gebouwniveau (paragraaf 2.2) te treffen. Voor projectmatig bouwplannen geldt dat er ook minimaal 10 punten per bebouwingseenheid behaald moeten worden, maar dat dit deels kan worden bereikt door ook maatregelen op gebiedsniveau (paragraaf 2.3) te treffen. Dit kan ook meer centraal worden uitgevoerd door bijvoorbeeld het realiseren van voorzieningen in het groen van het betreffende woongebied.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregel Natuurinclusief bouwen Danninge Erve Zuid, fase 2, deelgebied 3