Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.1

Omgevingswet

Onderdeel van Uitvoerings – en handhavingsstrategie gemeente Olst-Wijhe

In de Omgevingswet is opgenomen voor welke zaken een omgevingsvergunning nodig is. De Omgevingswet heeft betrekking op een groot aantal activiteiten: het bouwen van een bouwwerk (ruimtelijke omgevingsplanactiviteit); het verbouwen van een bouwwerk (technische omgevingsplanactiviteit); het uitvoeren van een werk; het afwijken van het omgevingsplan; het gebruiken van een bouwwerk in verband met brandveiligheid; milieu; het wijzigen of slopen van een rijksmonument; het slopen van een bouwwerk; een andere bij AMvB aangewezen activiteit. Onder de werking van de Ow gelden ook activiteiten die door de gemeentelijke verordening zijn gesteld in de APV of de Omgevingsverordening. Voorbeelden zijn: het vellen van houtopstanden (kapvergunning); het aanleggen of veranderen van een weg; het realiseren van een uitweg of inrit; hebben van een reclame-uiting aan een onroerend goed; het organiseren van een evenement op een openbare plaats. Ruimtelijke omgevingsplanactiviteit Waar in het verleden zowel ruimtelijk als technische elementen in één omgevingsvergunning waren geïntegreerd, kennen we onder de Omgevingswet een scheiding tussen ruimtelijk en technisch. Ruimtelijke omgevingsplanactiviteiten worden bij de gemeente aangevraagd, doorgaans verleend en na de vergunningverlening, komt ook het toezicht op de uitvoering van de ruimtelijke vergunning, vanuit de gemeente. Het is niet mogelijk om alle regels voor de verschillende soorten bouwwerken 100% uit te voeren. Daarom wordt hier risico gestuurd uitgevoerd aan de hand van de drietal verschillende categorieën welke wordt bepaald op basis van de legeskosen. Technische bouwactiviteit Bij het technische deel van de omgevingsplanactiviteit is het afhankelijk van het bouwwerk of het onder de verantwoordelijkheid van de gemeente of een kwaliteitsborger valt. De gevolgklasse 1 bouwwerken, zoals woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen, vallen onder het toezicht van de kwaliteitsborger. Voor gevolgklasse 2, 3 en verbouwopgaven, blijft de verantwoordelijkheid voor het toezicht in eerste instantie nog bij de gemeente. Ondanks dat er wel plannen zijn om (een deel van) deze taken eveneens bij de kwaliteitsborger te beleggen, ziet het er nu niet naar uit dat dit op een korte termijn gaat gebeuren. In bijlage 7 zijn de bouwplantoetsing van de ruimtelijke- en technische bouwactiviteit uitgewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel