**1..** Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met cliënt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 8 weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met zesde lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
**2..** Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de Jeugdwet.
**3..** Het college onderzoekt wanneer een jeugdige of een ouder of een wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp in ieder geval:
wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan;
de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie;
of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens:
welke problemen of stoornissen dat zijn;
welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren;
of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en
voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, overige voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp;
hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s);
indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen.
**4..** Het college kan afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken door de cliënt. Deze intrekking wordt schriftelijk bevestigd door de cliënt.
**5..** Indien uit het onderzoek blijkt dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) samen met het college tot de conclusie komen dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden, dan wel met ondersteuning vanuit algemene voorzieningen of voorzieningen op grond van andere wetgeving, wordt dit in het verslag vastgelegd.
**6..** De jeugdige en/of zijn ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger bevestigen de uitkomst, bedoeld in het vijfde lid, door het verslag te ondertekenen en terug te sturen, of door schriftelijk aan het college te bevestigen dat zij instemmen met de uitkomst van het onderzoek. Voor zover er een aanvraag voor een individuele voorziening was ingediend, geldt deze bevestiging als intrekking van die aanvraag.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 11.
Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren Jeugdwet
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2026