In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 2.5.7, 2.5.13 en
2.5.27, kan het bevoegd
gezag afwijken van de verboden tot bouwen met overschrijding van de
voor- en van de
achtergevelrooilijn, en van het verbod tot bouwen met overschrijding
van de maximale
bouwhoogte, indien:
a. er voor het betreffende gebied geen bestemmingsplan of
beheersverordening of projectbesluit van kracht is;
b. geen van de aanhoudingsgronden zoals genoemd in artikel 3.3 van
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is;
c. de activiteit in overeenstemming is met in voorbereiding zijnd
toekomstig ruimtelijk beleid;
d. de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke
ordening, en
e. de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing
bevat.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.28
Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding
Onderdeel van Bouwverordening Terschelling 2010