Het college kan na het overleg als bedoeld in artikel 6, of indien de eigenaar geen medewerking verleent aan dit overleg een leegstandbeschikking vaststellen.
In de leegstandbeschikking wordt bepaald of de woning geschikt is voor gebruik.
Het college kan, indien de woning noodzakelijke voorzieningen behoeft om weer op redelijke wijze tot gebruik te kunnen dienen, de eigenaar verplichten om binnen een door het college te bepalen termijn de door het college aan te geven voorzieningen te treffen.
Het college kan andere voorwaarden stellen aan de uitvoering van het bepaalde in de leegstandbeschikking.