Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.

Artikel 2:48

Hinderlijk gebruik van drank en drugs

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Schagen 2009

1.. Het is verboden op een openbare plaats, op openbaar water, of in een voor publiek toegankelijk gebouw alcoholhoudende drank te nuttigen als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of anderszins overlast veroorzaakt. 2.. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 3.. Het in het tweede lid bedoelde verbod geldt niet voor: een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. 4.. Het is verboden op een openbare plaats, op openbaar water, of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of anderszins overlast veroorzaakt. 5.. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, middelen als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken of openlijk voor handen te hebben.

Rechtspraak bij dit artikel