Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Voorwaarden en procedure

Onderdeel van Protocol openbaarmaking Wmo-toezicht

Voorwaarden voor actief openbaar maken Mandaat De gemeenten hebben middels een mandaatbesluit de openbaarmaking van de toezicht-rapporten bij de GGDrU belegd. Toetsingskader Het Kader toezicht Wmo GGDrU 2021, met daarin een toetsingskader, is door de werkgroep Wmo is vastgesteld. De normen in het toetsingskader zijn een concrete uitwerking van de Wmo 2015. Handhavingskader Het Regionaal kader handhaving Wmo (geldend vanaf 12-10-2021 tot heden) bevat informatie over openbaarmaking Vaststellen Protocol openbaarmaking Het Algemeen Bestuur van GGDrU stelt dit protocol vast. Elk college van B&W stelt daarna het protocol (met terugwerkende kracht) vast middels een besluit. Informeren aanbieders GGDrU en gemeenten informeren de Wmo-aanbieders over openbaarmaking van rapporten. Per onderzoek volgt GGDrU het volgende proces: De toezichthouder brengt de aanbieder bij de start van het toezicht, schriftelijk op de hoogte van het voornemen tot openbaarmaking. De toezichthouder inventariseert de cliëntaantallen die worden aangedragen door de gemeenten waarvoor het toezicht wordt uitgevoerd. De gemeente met het grootst aantal cliënten, behandelt in beginsel de eventuele bezwaren op openbaarmaking af. GGDrU meldt dit bij de betreffende gemeente. De toezichthouder stelt na het onderzoek een conceptrapport op. Deze wordt intercollegiaal gecontroleerd op tekstuele en inhoudelijke beschrijving. De aanbieder ontvangt het conceptrapport en kan tot uiterlijk 2 weken na verzending van het conceptrapport een schriftelijke reactie geven. Dit betreft: Feitelijke onjuistheden/onvolledigheden die in het conceptrapport aangepast worden indien ondersteunend bewijs is aangeleverd; Een schriftelijke reactie waarin de aanbieder kan reageren op de inhoud van het rapport. In de schriftelijke reactie mogen niet voorkomen: (bijzondere) persoonsgegevens; bedrijfsnamen of bedrijfsgegevens van derden; strafbare of aanstootgevende teksten; reclame-uitingen. Een zienswijze op het voornemen tot openbaarmaking van het rapport. Hierin kan een aanbieder onderbouwen waarom (een specifiek onderdeel van) het rapport niet openbaar gemaakt dient te worden. De toezichthouder Wmo beoordeelt of de schriftelijke reactie op de inhoud van het rapport van de aanbieder aan deze eisen voldoet en past deze waar nodig aan. Dit kan door woorden onleesbaar te maken. Een reactie die te laat is ingediend, wordt niet verwerkt. De schriftelijke reactie wordt na ontvangst zo spoedig mogelijk verwerkt. De schriftelijke reactie is een bijlage van het rapport, waarna het rapport definitief wordt gemaakt. De toezichthouder Wmo, die op grond van ondermandatering van de Directeur Publieke Gezondheid GGDrU bevoegd is, beoordeelt de binnengekomen zienswijze(n) op openbaarmaking en besluit namens de colleges al dan niet tot het openbaar maken van het rapport. De aanbieder, de betreffende gemeente(n) en de eventueel belanghebbenden worden geïnformeerd: het definitieve rapport en het besluit tot openbaarmaking worden gestuurd. Hierin staan ook de mogelijke rechtsmiddelen opgenomen en de gemeente waar de aanbieder zich toe kan richten. In beginsel wordt uitgegaan van de gemeente waar het grootste aantal cliënten, die ondersteuning ontvangen van de aanbieder, woont. Dit beginsel volgt de lijn vanuit het handhavingskader. In bijlage 2 is dit nader beschreven. De aanbieder en andere belanghebbenden hebben op grond van de Woo 2 weken, na het versturen van het besluit tot openbaarmaking, de gelegenheid tot het aanvragen van een voorlopige voorziening bij de rechtbank om het openbaarmakingsbesluit op te schorten. Indien een aanbieder een bezwaarschrift indient tegen het besluit tot openbaarmaking van een rapport, is de verantwoordelijke gemeente (zie punt 8) belast met de behandeling van dat bezwaar. Zowel het indienen van het bezwaarschrift als de behandeling ervan vindt plaats bij de betreffende gemeente. Alleen het indienen van een bezwaarschrift tegen het besluit tot openbaarmaking is niet voldoende om de publicatie tegen te gaan. Bezwaar heeft geen opschortende werking, het aanvragen van een voorlopige voorziening wel. De gemeente gaat na minimaal 2 weken over tot uitvoering van het besluit tot openbaarmaking (publicatie) indien er geen bezwaar is gemaakt of; er is bezwaar gemaakt maar er is geen voorlopige voorziening is aangevraagd of; de voorlopige voorziening is afgewezen of; het bezwaar is niet gegrond verklaard.1VNG Handreiking openbaarmaking p. 11. De gemeente stemt met GGDrU en met de andere betrokken gemeente(n) het moment van publicatie af. Het rapport wordt door GGDrU online geplaatst op www.toezichtwmo.nl

Rechtspraak bij dit artikel