De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
De raad installeert commissieleden niet zijnde raadsleden op voorstel van de voorzitter van de desbetreffende raadsfractie.
Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 25, vierde lid, gestelde eisen.
Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, houdt het lidmaatschap van een commissielid niet zijnde raadslid op in de volgende gevallen:
door ontslagname in de vorm van een daartoe opgestelde brief aan de raadsvoorzitter;
door een ontslagbesluit van de raad op verzoek van de voorzitter van de desbetreffende raadsfractie;
als de betreffende fractie niet meer in de raad is vertegenwoordigd blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad. Dan vervalt het lidmaatschap van rechtswege.
De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
Indien door overlijden of ontslag van de voorzitter of zijn plaatsvervanger een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 26, eerste lid.
Hoofdstuk 6
Artikel 27
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Reglement organisatie Raadsdomein gemeente Kampen 2026