Bij schending van de geheimhouding besluit de burgemeester of hij namens de gemeente aangifte doet op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht.
Bij schending van de geheimhouding kan de raad conform artikel 89, vijfde lid van de Gemeentewet besluiten het betreffende raads- of commissielid voor ten hoogste drie maanden uit te sluiten van het ontvangen van informatie waarop de verplichting tot geheimhouding rust. Deze maatregel is bedoeld als afkoelingsperiode, niet als (straf) sanctie.
Bij een signaal van mogelijke schending gaat de griffie in gesprek met raads- en commissieleden om te achterhalen wat er is gebeurd en om bewustwording te creëren.
Als is gebleken is dat er sprake is van schending van de geheimhouding vindt er een gesprek plaats tussen het betreffende raads- of commissielid, de burgemeester en de griffier om opheldering te verkrijgen over de toedracht van de schending.
Bij het opleggen van de maatregel wordt afgewogen of een afkoelingsperiode zinvol is. Als bijvoorbeeld duidelijk is dat er sprake is van een vergissing, wordt er geen maatregel opgelegd. Als blijkt dat de geheimhouding eerder is geschonden of dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de geheimhouding opnieuw zal worden geschonden, is er wel aanleiding voor het opleggen van een maatregel.
De griffie stelt namens de voorzitter van de gemeenteraad een voorstel op voor het fractievoorzittersoverleg met daarin de afwegingen om wel of geen maatregel op te leggen. Als er voorgesteld wordt om een maatregel op te leggen, wordt deze rechtstreeks geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Over dit voorstel wordt - in lijn met het bepaalde in artikel 26, derde lid van de Gemeentewet - niet beraadslaagd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:4
Schending geheimhouding
Onderdeel van Protocol geheimhouding gemeenteraad Kampen 2026