Het uitgangspunt van de gemeente is om bij faciliterend grondbeleid een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te sluiten, meestal nadat er een intentieovereenkomst is gesloten. Wanneer de gemeente al kosten maakt voordat de anterieure overeenkomst gesloten is, is er nog geen sprake van een (opeisbare) vordering op de initiatiefnemer. De kosten worden dan anders verantwoord dan wanneer er wel een anterieure overeenkomst is gesloten:
Vordering op basis van een overeenkomst
Als er een overeenkomst is gesloten, worden de gemaakte gemeentelijke verhaalbare kosten gewaardeerd onder overige vorderingen op de balans. Wanneer de kosten nog niet volledig zijn gerealiseerd, maar de kostenverhaalsbijdrage reeds is betaald, is het saldo een vooruitontvangen bedrag. Wanneer er, na afronding van het project, een verschil is tussen de gerealiseerde kosten en de kostenverhaalbijdrage, wordt dit gemuteerd in de Algemene reserve.
Vordering nog niet opgelegd, geen ondertekende overeenkomst
In deze situatie is het de vraag of een verrekening van de gemaakte gemeentelijke kosten aannemelijk is. Wanneer het aannemelijk is dat er in de toekomst een anterieure overeenkomst wordt gesloten, worden de gemaakte kosten gepresenteerd onder ‘nog te verhalen kosten’. Wanneer het niet aannemelijk is dat er met de wederpartij een anterieure overeenkomst wordt gesloten, dan kunnen de kosten niet op de balans worden opgenomen, maar moeten in de toelichting als ‘niet uit de balans blijkend recht’ vermeld worden. In dit geval vallen de kosten ten laste van de Algemene Reserve.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.9
Verslaglegging faciliterend grondbeleid
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2026-2029