Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.5

Artikel 5.5.1

Wat zien we?

Onderdeel van Woonvisie 2025 ‘Dorps wonen in Zuidplas nu en in de toekomst’ (2025)

De woonwagencultuur is door Unesco erkend als immaterieel cultureel erfgoed en dient op grond van mensenrechtenverdragen te worden beschermd. Als ondertekenaar (verdragspartner) van deze verdragen is de Rijksoverheid eindverantwoordelijk voor de naleving van deze rechten door medeoverheden. Met het oog daarop heeft het Rijk in 2018 een beleidskader30Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Ministerie van BZK, juli 2018. gepubliceerd dat gemeenten moet ondersteunen bij het formuleren van woonwagenbeleid dat de rechten van woonwagenbewoners respecteert. Volgens het beleidskader is daar sprake van als: de gemeente beleid voor woonwagens en standplaatsen vaststelt als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; dit beleid voldoende rekening houdt met en ruimte geeft voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; de behoefte aan standplaatsen in kaart is gebracht; woningcorporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; de afbouw van standplaatsen niet is toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, binnen redelijke termijn kans maakt op een standplaats. Daarbij is het begrip ‘redelijke termijn’ inmiddels uitgewerkt naar: een termijn die vergelijkbaar is met de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel