**1..** Bij het bepalen van de dichtstbijzijnde toegankelijke school (dbts) dichtbij komen de volgende scholen in overweging:
Alleen scholen van de schoolsoort waarop de leerling is aangewezen komen in aanmerking. Binnen het voortgezet onderwijs worden Praktijkonderwijs (PrO), Vmbo, Havo en Vwo voor dit doel beschouwd als afzonderlijke schoolsoorten.
De school is voor de leerling fysiek toegankelijk en de school heeft een plaats voor de leerling, of kan deze plaats binnen afzienbare tijd vrijmaken.
Wanneer voor de leerling een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) is afgegeven voor het SO, SBO, VSO of PrO, komen alleen scholen in aanmerking die passend onderwijs kunnen bieden zoals in de tlv omschreven.
Wanneer de leerling is toegelaten tot een school in cluster 1 of 2 van het SO of VSO, komen alleen scholen van dat cluster in aanmerking.
Wanneer de ouders aan het college genoegzaam aantonen dat de leerling een uitzonderlijke, specifieke en noodzakelijke behoefte heeft aan een onderwijsaanbod dat op dichterbij gelegen scholen niet geboden kan worden, is de dbts de dichtstbijzijnde school die dit aanbod biedt;
**2..** Van de scholen die voldoen aan de bovenstaande criteria wordt als de dbts de school die het dichtst bij is, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg.
**3..** Vervoer naar een andere school dan de dbts kan worden toegekend op basis van:
een verklaring van ouders dat zij op grond van hun levensbeschouwing kiezen voor het onderwijs van een bepaalde school. In dat geval is de richting van het onderwijs een aanvullend criterium voor het bepalen van de dbts.
lagere kosten voor de gemeente bij vervoer naar een andere school: wanneer het college dit voorstelt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen;
Hoofdstuk 6.
Artikel 11b.
Dichtstbijzijnde toegankelijke school
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Altena 2026