In artikel 6.6.1 lid 2 onder c staat dat aangepast vervoer nodig is in de volgende situatie: “Het kind heeft begeleiding nodig bij het reizen naar school, maar de ouders kunnen niet voorzien in deze begeleiding, of deze begeleiding heeft grote nadelen voor het gezin, en een andere oplossing is niet mogelijk.” Dit staat ook wel bekend als ‘ernstige benadeling.’ Het college past dit op de volgende wijze toe:
Begeleiding is primair een taak van de ouders/verzorgers. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Als ouders/verzorgers er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen.
Ouders dienen aan te tonen dat zij er niet in zijn geslaagd om anderen in te schakelen.
In de volgende gevallen leidt begeleiding van de leerling tot een ernstige benadeling van het gezin:
Chronische ziekte/handicap bij een of beide ouders aangetoond met een medische verklaring waardoor begeleiding van de leerling niet mogelijk is;
Alleenstaande ouder met meerdere kinderen die nog niet zelfstandig naar school kunnen en begeleiding door anderen niet mogelijk is;
Reistijd van begeleider van meer dan 3 uur per dag in het openbaar vervoer (ongeacht of ook daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van het OV om de leerling te begeleiden).
Er kunnen andere omstandigheden zijn die maken dat binnen een gezinssituatie dermate problemen ontstaan door het moeten brengen van een kind naar school, dat leerlingenvervoer een oplossing biedt.
De gezinssituatie moet hierbij altijd goed worden onderzocht.
Het hebben van betaalde werkzaamheden van één of beide ouders is in ieder geval geen reden om over te gaan tot toekenning van leerlingenvervoer.
Hoofdstuk 7.
Artikel 13.
Ernstige benadeling
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer Altena 2026