Tijdens inspecties wordt ook de restlevensduur van de bomen individueel ingeschat door een gecertificeerd boominspecteur. Aan de hand van deze 'levensverwachting' en de 'conditie' van de boom kan worden bepaald in welk jaar de boom vervangen dient te worden. Op basis van deze analyse is de verwachting dat de helft van het totale bomenbestand voor 2035 zal uitvallen (Zie hoofdstuk 1). Hiervoor zullen belangrijke keuzes gemaakt moeten worden voor herplant en inrichting. Een belangrijk doel is het klimaatbestendig zijn in 2050. Zonder een duurzaam bomenbestand is dit niet haalbaar. Ook voor andere maatschappelijke opgaven zijn bomen onmisbaar.
Vervanging 1-op-1 – huidig beleid
Bij het vervangen van bomen 1- op-1 in de huidige situatie zal voor vervanging tot 2037 circa € 6.312.000, - benodigd zijn om de bomen te vervangen. In 2034 verwachten we een piek in het te vervangen areaal. Dit budget is in de huidige financiële situatie niet beschikbaar.
Boomkroonvolume – alternatieve optie
Per locatie wordt beoordeeld of herplant wenselijk is en welke boomsoort daar het grootste kroonvolume kan realiseren. Het uitgangspunt is kwaliteit boven kwantiteit: het totale aantal bomen neemt af, maar het kroonvolume nemen op termijn toe. Voor een aantal boom categorieën (zoals monumentale- en fruitbomen) planten we altijd 1-op-1 terug.
De kostenberekening voor dit scenario wijkt af van het huidige beleid. We kiezen voor bomen met een kleinere stamomtrek (circa 18-20 cm) die sneller aanslaan en lagere aanschafkosten hebben. Door een goed ingerichte groeiplaats en voldoende boven- en ondergrondse ruimte, verhogen de toekomstverwachting van bomen en beperken we vervangingskosten. Het benodigde budget tot 2037 blijft in totaal binnen de financiële kaders van het Beheerkwaliteitsplan (BKP). In deze berekening vervangen we bomen in ongeveer 80% van de gevallen. Wanneer we een boom wel of niet vervangen is zeer locatie afhankelijk. Op sommige locaties zijn bomen dusdanig dicht op elkaar geplaatst dat we maar 50% vervangen. Zo krijgen de nieuwe bomen én bomen die blijven staan alle ruimte om te groeien.
Beschikbaar budget vanaf 2026
Hoewel het totaalbudget van het BKP is opgebouwd uit theoretische bedragen per discipline (zoals bomen, wegen en water), staat de verdeling van budgetten in de praktijk niet vast. We beheren integraal: het geld gaat naar de onderdelen die op basis van de actuele technische staat de hoogste prioriteit hebben. We rekenen hieronder met het theoretische bedrag dat er nodig is om ons bomenbestand op niveau te houden. In de theorie is geen rekening gehouden met aanplant pieken.
In bovenstaande tabel is te zien dat we voor beide methodes de eerste jaren inlopen. Door slim te plannen kunnen we met de boomkroonvolume-methode de piek na 2030 beter opvangen. In de berekening voor Boomkroonvolume is gerekend met een vervanging van 80%. Op sommige locaties (waar in de piek is aangeplant) zal dat percentage (en daarmee de kosten) in de realiteit lager zijn, hier is in de berekening geen rekening mee gehouden.
Subsidies
De mogelijkheden van subsidies worden periodiek bekeken. Kansen voor subsidie worden meegenomen in de werkprocessen. Waar mogelijk worden deze ingezet. Voorwaarde is dat het binnen de budgetten past; een deel van de kosten komt altijd voor eigen rekening.
Voorbeelden van bruikbare subsidies zijn die voor het vervangen van zinloze verharding/ vergroenen wijken en koppelen van groenstructuren.