De waarde van onroerende zaken die een belastingschuldige in zijn bezit heeft, wordt aangemerkt als een vermogensbestanddeel. Voor de waardebepaling van de onroerende zaak is uitgangspunt de waarde van de onroerende zaak bij verkoop vrij te aanvaarden.
Als de aanwezigheid van vermogen vastgelegd in onroerende zaken leidt tot de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding en de belastingaanslag wordt vervolgens niet betaald, kan de voortzetting van de invordering bij oudere belastingschuldigen die hun laatste levensjaren in hun eigen woning willen slijten, leiden tot een onverdedigbare hardheid. Een gedwongen verhuizing in verband met de verkoop van de woning zal voor deze groep belastingschuldigen een onevenredig grotere belasting zijn dan voor andere belastingschuldigen. In die gevallen kan de invorderingsambtenaar in overleg met de belastingschuldige afzien van onherroepelijke invorderingsmaatregelen en in plaats daarvan uitstel van betaling verlenen, gedekt door een hypotheek (ten behoeve van de invorderingsambtenaar) op de eigen woning of door het leggen van een zekerheidsbeslag op de woning. De hypotheek moet opeisbaar zijn na het overlijden van de langstlevende of bij een eerder vrijkomen van de woning.
Het verlenen van een zodanig uitstel blijft beperkt tot (naar het oordeel van de invorderingsambtenaar) uitzonderlijke gevallen.
Artikel 26.2.5
De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren
Onderdeel van Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Meppel