4.1 Criteria urgentieverklaring behorend bij artikel 3.1
Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een urgentieverklaring indien:
deze op grond van de Wmo in aanmerking komt voor opvang; én
deze op grond van verminderde zelfredzaamheid minimaal twee jaar woonbegeleiding nodig heeft bij het zelfstandig (gaan) wonen; én
deze niet langer dan acht weken in de opvang verblijft voorafgaand aan de urgentieaanvraag; én
deze tenminste twee van de afgelopen drie jaren inwoner is geweest van de gemeente Haarlem; én
deze op het moment van indienen van het verzoek 23 jaar of ouder is; én
voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen in de situatie van de cliënt niet passend worden geacht; én
deze geen urgentieverklaring heeft op grond van andere regelingen of bepalingen in de Huisvestingsverordening; én
deze gemotiveerd is om zelfstandig te gaan wonen; én
voldoet aan de indicatoren om zelfstandig te (gaan) wonen:
de woningzoekende is in staat huur te betalen; en
de woningzoekende is in staat zijn financiën te (laten) beheren, al dan niet met begeleiding waarmee deze financieel zelfredzaam is; en
de woningzoekende veroorzaakt geen overlast of onveilige situaties; en
de woningzoekende is in staat zijn woning op orde te houden; en
de woningzoekende accepteert de verplichte woonbegeleiding; en
de woningzoekende is in staat hulp te vragen.
4.2 Criteria urgentieverklaring behorend bij artikel 3.2
Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een urgentieverklaring indien:
deze valt binnen de categorie ‘’buitenwettelijk begunstigd’’ in het kader van de WMO verordening, en;
deze niet langer dan acht weken in de opvang verblijft voorafgaand aan de urgentieaanvraag; én
deze tenminste twee van de afgelopen drie jaren inwoner is geweest van de gemeente Haarlem; én
de hoofdaanvrager op het moment van indienen van het verzoek 21 jaar of ouder is; én
voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen in de situatie van de cliënt niet passend worden geacht; én
deze geen urgentieverklaring heeft op grond van andere regelingen of bepalingen in de Huisvestingsverordening; én
het huishouden bestaat uit minimaal één minderjarig kind; én
voldoet aan de indicatoren om zelfstandig te (gaan) wonen;
de woningzoekende is in staat huur te betalen; en
de woningzoekende is in staat zijn financiën te (laten) beheren, al dan niet met begeleiding waarmee deze financieel zelfredzaam is; en
de woningzoekende veroorzaakt geen overlast of onveilige situaties; en
de woningzoekende is in staat zijn woning op orde te houden; en
de woningzoekende accepteert de (verplichte) woonbegeleiding; en
de woningzoekende is in staat hulp te vragen.
Artikel 4.
Criteria
Onderdeel van Tijdelijke urgentieregeling koplopersgroep Actieplan Housing First Haarlem 2025-2026