Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Het college stimuleert en waarborgt kwaliteit

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Waterland 2026

De eerste jaren van een kind hebben grote invloed op de latere ontwikkeling. Het aanbieden van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving is daarom belangrijk. Voorzieningen voor jonge kinderen leveren daaraan een belangrijke bijdrage, naast het verminderen van achterstanden en het bevorderen van gelijke kansen. Goede kwaliteit is daarbij een essentiële factor. Daarom wil het college dat kinderen toegang hebben tot kwalitatief goede kinderopvang waarin zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Het college ziet het ook als zijn rol houders te stimuleren de kwaliteit van de geboden opvang daar waar mogelijk te verbeteren en de kwaliteit en veiligheid van kinderopvang te waarborgen. Het college vertrouwt erop dat houders zich uit eigen beweging houden aan alle kwaliteitseisen zoals vastgelegd in wet- en regelgeving. Het college spreekt kinderopvanghouders aan op hun eigen verantwoordelijkheid en gaat met hen in gesprek over (lokale) ontwikkelingen en signalen. Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt, grijpt het college actief in met een handhavingsmaatregel. De maatregel is gericht op structureel herstel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan worden meegewogen bij de keuze voor een handhavingsmaatregel. Dit betekent het toepassen van een handhavingsinstrument dat erop gericht is om de overtreding op te heffen en er tevens aan bijdraagt dat de tekortkomingen structureel opgelost blijven. Indien van toepassing, bijvoorbeeld bij overtredingen die een grote impact hebben op de kwaliteit van de kinderopvang, kan het college een bestuurlijke boete opleggen. Het college hecht er waarde aan om de overwegingen van de houder goed te begrijpen. Dit draagt bij aan een zorgvuldige afweging bij de handhaving en maakt het mogelijk om gericht in te zetten op structureel herstel en het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige kinderopvang. In het handhavingstraject is er dan ook op verschillende momenten ruimte voor het kenbaar maken van de zienswijze door de houder en/of het voeren van een gesprek tussen de gemeente en de houder. Wanneer het college een boete oplegt, gaat daar altijd een gesprek met de houder aan vooraf.

Rechtspraak bij dit artikel