In dit hoofdstuk zijn per overtreden voorschrift de bedragen opgenomen voor last onder dwangsommen en boetes. Ook is een tabel opgenomen over de normbedragen in relatie tot het formaat van de houder.
Bij het vaststellen van de bedragen per overtreding is rekening gehouden met het effect dat overtredingen hebben op de kwaliteit van de kinderopvang. De VNG geeft bijvoorbeeld aan dat overtredingen in het domein administratie, pedagogisch klimaat, personeel en groepen en veiligheid & gezondheid een grotere impact hebben dan overtredingen in andere domeinen. Bij gastouderbureaus komt hierbij nog de kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht.
Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is met name aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Een financiële sanctie is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie. Voor de gastouderopvang, met uitzondering van de gastouderbureaus, en de ouderparticipatiecrèches wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daar gelden andere bedragen. In de tabellen is het maximum sanctiebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college dit maximum.
Deze beleidsregels gaan uit van de Wet kinderopvang bij de inwerkingtreding. Als nieuwe eisen in de Wet kinderopvang niet passen binnen de domeinen en/of onderdelen die zijn opgenomen in de tabellen, geldt een standaardbepaling. Voor kindercentra en gastouderbureaus wordt de hoogte van de last onder dwangsom dan vastgesteld op de helft van het bedrag bij ‘de tweede categorie’.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.1
Toepassing tabellen dwangsommen en boetes
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Waterland 2026