Politieke ambtsdragers, maar ook inwoners en ambtenaren, kunnen een melding doen van een vermeende integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Daarbij worden de volgende stappen doorlopen.
De melding van de vermeende integriteitsschending wordt schriftelijk gedaan bij de burgemeester en / of de griffier. Als de melding alleen bij de griffier is gedaan, dan deelt de griffier de melding terstond met de burgemeester. Een melding mag in eerste instantie ook mondeling worden gedaan, maar wordt pas in behandeling genomen als deze op schrift is gesteld. Om een melding op schrift te stellen kan een melder de hulp inroepen van de griffier. De melder dient de melding altijd zelf in.
Schriftelijk anoniem melden is mogelijk, maar dat hebben we liever niet. Anonimiteit kan vervolgonderzoek in de weg staan.
De burgemeester stuurt de melder binnen vijf werkdagen een schriftelijke ontvangstbevestiging. Hierin wordt ook vermeld hoe desgewenst de vertrouwelijkheid van de persoonlijke gegevens van de melder zoveel mogelijk gewaarborgd wordt. Om de persoonlijke levenssfeer van de betrokken politieke ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek, vraagt de burgemeester de melder om vertrouwelijkheid in acht te nemen.
De burgemeester draagt er zorg voor dat de gegevens omtrent de melding en de melder zodanig bewaard/opgeslagen worden dat deze alleen toegankelijk zijn voor personen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn.
De burgemeester voert zo snel mogelijk een persoonlijk gesprek met de melder over de melding. Bij dit gesprek is ook de griffier of de gemeentesecretaris aanwezig. Dit gesprek is bedoeld om de inhoud van de melding zo nodig te verduidelijken en eventueel af te bakenen.
De burgemeester kan ook op basis van eigen waarneming of externe berichtgeving op de hoogte raken van een mogelijke integriteitsschending. De burgemeester kan in dat geval zelf het initiatief nemen om een melding op te stellen.
De burgemeester bespreekt een melding over een raadslid of commissielid met de griffier en een melding over een wethouder met de gemeentesecretaris. Samen wegen zij de melding ten minste op basis van:
de aard van de (vermeende) handeling;
de mate waarin de melding te verifiëren is;
de respectievelijke posities van de melder en de persoon op wie de melding betrekking heeft;
de geloofwaardigheid van de melding;
de ernst en spoedeisendheid.
De burgemeester stelt het betrokken raadslid of de betrokken wethouder zo snel als mogelijk op de hoogte van het feit dat er een melding is gedaan, tenzij er een zwaarwegend belang is om dat niet te doen. Voorbeelden daarvan zijn:
risico dat eventueel bewijsmateriaal wordt vernietigd;
risico voor de veiligheid of het functioneren van de melder.
Op basis van het gesprek met de griffier of de gemeentesecretaris kan de burgemeester tot drie conclusies komen:
De melding kan direct afgedaan worden omdat de melding niet over integriteit gaat of omdat onmiddellijk duidelijk is dat er geen sprake is van een integriteitsschending. De burgemeester koppelt dit besluit schriftelijk terug aan de melder en de betrokken politiek ambtsdrager. De melding is daarmee afgedaan.
Er is een vooronderzoek nodig om de melding te beoordelen (fase 3 van het protocol).
Er is direct een extern onderzoek nodig (fase 4 van het protocol).
Hoofdstuk B.
Artikel 2)
Melden en wegen
Onderdeel van Protocol omgang vermoeden van integriteitsschendingen gemeente Stein 2024