Een uitkomst van het onderzoek kan zijn dat er een individuele voorziening nodig is. De voorziening dient efficiënte en effectieve ondersteuning te bieden zodat er gewerkt kan worden aan de hulpvraag.
Opbouw
Het Ondersteuningsplan beschrijft de volgende onderdelen:
De ondersteuningsbehoefte van het gezin;
Welke voorziening wordt geadviseerd en aangevraagd;
De doelen en de resultaten die bereikt moeten worden met deze voorziening;
De motivatie waarom deze voorziening (consistent, betaalbaar en adequaat) voorziet in de ondersteuningsbehoefte;
Hoe de individuele voorziening wordt afgegeven. Een individuele voorziening kan op basis van een Zorg In Natura (ZIN) of een persoons gebonden budget (pgb) afgegeven worden. Bij ZIN gaat het om zorgaanbieders die een zorgovereenkomst hebben gesloten met Sociaal Domein Fryslân (SDF). De kwaliteit van de zorgaanbieder wordt door hen getoetst. Het Team Jeugd behoudt na start van de hulpverlening een regiefunctie. Vanuit deze functie monitort hij samen met het gezin de voortgang van de hulpverlening en er aan de gestelde resultaten wordt gewerkt. Bij een pgb doet de pgb-budgethouder dit zelf (zie hoofdstuk 6).
Toekomstplan
Voor jeugdigen kan de overgang naar 18 jaar een kwetsbaar moment zijn. Het is belangrijk om een jeugdige hier goed op voor te bereiden. Jeugdigen van 16,5 jaar of ouder maken daarom aanvullend een toekomstplan. Het maken van een toekomstplan helpt jeugdigen in de overgang naar 18 jaar. Voor het toekomstplan ligt het eigenaarschap zoveel mogelijk bij de jeugdige. Het maken van een toekomstplan staat ook in de contracten met de jeugdhulpaanbieders en in de subsidieafspraken met de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). In het toekomstplan worden vragen beantwoord als:
Wat kun je verwachten als je 18 jaar bent?
Wat moet je regelen?
Wat wil je bereikt hebben als je 18 jaar wordt?
Wat heb je hier voor nodig?
En wie kan je hierbij helpen?
Overeenstemming
Wanneer het Team Jeugd en het gezin het eens zijn over de inhoud van het Ondersteuningsplan dan wordt deze ondertekend. Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige, dienen (ook) de wettelijke vertegenwoordiger(s) (gezaghebbenden) van de jeugdige schriftelijk toestemming te geven voorafgaand aan het indienen van de aanvraag van de voorziening. Hierbij dient de onderstaande richtlijn te worden aangehouden.
< 12 jaar: toestemming gezaghebbende(n);
< 16 jaar: toestemming gezaghebbende(n) en jeugdige zelf;
16-18 jaar: toestemming jeugdige zelf.
Wanneer gezaghebbende ouders uit elkaar of gescheiden zijn, dan is het ook verplicht dat beide gezaghebbenden hun handtekening zetten als de jeugdige jonger is dan 16 jaar.
Daarnaast is een handtekening van de ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) noodzakelijk wanneer het een kind met een verstandelijke beperking betreft en/of er sprake is van een uitwonend traject bij een 16 tot 18 jarige.
In acute situaties waarin directe inzet van jeugdhulp noodzakelijk is, kan het college besluiten tot verstrekking van een tijdelijke voorziening zonder voorafgaande beschikking, conform artikel 4.1.2 van de Jeugdwet; dit besluit wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk vastgelegd en geformaliseerd. De gedragswetenschapper kan hierbij worden geconsulteerd.
Geen overeenstemming
In complexe situaties kan het voorkomen dat de ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) weigeren om toestemming te geven voor noodzakelijke hulpverlening. Wanneer de veiligheid en/of ontwikkeling van de jeugdige hierdoor in het geding komt, kan er een verzoek tot onderzoek gedaan worden bij de Raad voor de Kinderbescherming met als doel om de noodzakelijke hulpverlening alsnog te laten starten.
Indien er geen medewerking wordt verleend aan een zorgvuldig onderzoek en daarmee de noodzaak van de ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening niet kan worden vastgesteld, dan adviseert het Team Jeugd negatief op de aanvraag van de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s).
Wanneer de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) het niet eens is met het afgegeven advies, dan kan er worden besloten om een Ondersteuningsplan op te stellen met een negatief advies. Hierin staat dat de voorziening die de jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) wensen, niet door de gemeente afgegeven wordt. De jeugdige, ouder(s) en/of wettelijke vertegenwoordiger(s) ontvangen een afwijzende beschikking op de aanvraag voor een voorziening en kan indien gewenst in bezwaar gaan tegen de beslissing.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.2.5
Aanvraag tot individuele voorziening
Onderdeel van Nadere Regels Jeugdhulp 2026 gemeente Tytsjerksteradiel