**1..** Aanvullend op het bepaalde in de verordening komen inwoners in aanmerking voor beschermd wonen indien:
de cliënt is gediagnostiseerd met psychische/psychosociale problemen en/of een licht verstandelijke beperking (LVB) en met beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;
dit noodzakelijk is om de zelfredzaamheid en participatie van een cliënt te versterken, om het psychisch en psychosociaal functioneren en het weer zelfstandig wonen te verbeteren en om deel te nemen aan de maatschappij;
de indicatie voor beschermd Wonen een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van een cliënt en zal bijdragen aan het:
versterken van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie,
het psychisch of psychosociaal functioneren,
voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast;
de cliënt met behulp van ondersteuning van de aanbieder werkt aan doelen gericht op (weer) zo zelfstandig mogelijk te gaan wonen, al dan niet met behulp van voorzieningen zoals extramurale begeleiding;
de cliënt behoefte heeft aan de begeleiding die geboden wordt. Er is geen sprake van bemoeizorg. De begeleiding draagt bij aan de ontwikkeling van een cliënt richting zelfstandig wonen; en
de cliënt de begeleiding die geboden wordt accepteert en gemotiveerd is om de doelen te behalen die nagestreefd worden met behulp van de begeleiding. Zonder deze motivatie en acceptatie is er sprake van bemoeizorg en kan er geen maatwerkvoorziening beschermd Wonen of beschermd thuis worden vastgesteld.
**2..** Beschermd wonen kan worden ingezet voor personen met psychische of psychosociale problemen gericht op de volgende resultaten/doelstellingen:
het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie; waarbij er ingezet wordt op inclusie, volwaardig burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving en er aandacht is voor verbinding met de wijk, opbouwen van een netwerk en het voorkomen van escalatie of afglijden naar intensievere ondersteuning.
het psychisch en psychosociaal functioneren;
stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld;
het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast; of
het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.
**3..** Voorzieningen die ingezet kunnen worden zijn:
Beschermd thuis: begeleiding in de eigen woonomgeving gericht op het individu en het behalen van persoonlijke doelstellingen. De begeleiding is 24 uur per dag bereikbaar en het gaat om onplanbare zorg.
Beschermd wonen (met verblijf): begeleiding gericht op het behalen van persoonlijke doelstellingen in een woonlocatie waar ook woonbegeleiding aanwezig is.
**4..** De persoonlijke doelstellingen en ondersteuning worden bij de start vastgelegd in een ondersteuningsplan. Het ondersteuningsplan is een dynamisch document. De inhoud kan steeds wijzigen. Zowel de inwoner als de begeleider kunnen gedurende het traject wijzigingen in het ondersteuningsplan opnemen.
**5..** De begeleider van de cliënt coördineert samen met de cliënt de hulpverlening die wordt ingezet rondom een cliënt, organiseert gesprekken met andere disciplines en zorgt voor afstemming tussen de betrokkenen. Hierbij behoudt de cliënt zoveel mogelijk zelf de regie.
**6..** Aan het gebruik van beschermd wonen zijn voor de client de volgende voorwaarden verbonden
Een cliënt kan een passende plek Beschermd Wonen in principe niet weigeren. Als een cliënt tweemaal een aangeboden passende plek weigert dan meldt de aanbieder dat bij het college. Het college kan het besluit waarin de individuele voorziening wordt verstrekt dan intrekken;
De cliënt moet zich houden aan de huisregels die gelden bij de aanbieder;
De cliënt werkt naar eigen kunnen optimaal mee aan het zo snel mogelijk weer op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving;
De cliënt werkt mee aan een noodzakelijke verhuizing naar een andere locatie of aanbieder; en
De cliënt betaalt de eigen bijdrage behorende bij de indicatie.
**7..** Op basis van het onderzoek kijkt het college samen met de client naar de best passende aanbieder.
**8..** Wanneer er geen passend aanbod beschermd wonen (bijvoorbeeld crisisplek of een specifieke ondersteuning) aanwezig is binnen de regio, neemt het college in die situaties een besluit over een (tijdelijk) passend alternatief als maatwerkoplossing voor beschermd wonen.
**9..** Er wordt geen beschermd wonen toegekend wanneer:
een client in staat is om zicht in een eigen woning te handhaven met voldoende ambulante begeleiding en/of ambulante behandeling;
er nog onvoldoende gebruik is gemaakt van voorliggende voorzieningen;
de client slachtoffer is van mensenhandel en/of mishandeling;
er sprake is van ernstige gedragsproblematiek tijdens de onderzoeksperiode die kan leiden tot ontwrichting of extreme overlast op een locatie voor Beschermd Wonen. Indien de inwoner niet meewerkt aan het onderzoek kan de mate van motivatie niet worden vastgesteld tijdens het onderzoek.
de cliënt in crisis is als gevolg van een psychiatrische decompensatie. Dan is behandeling vanuit de Zvw voorliggend;
de cliënt dakloos is. Als cliënt dakloos is en niet voldoet aan de voorwaarden als genoemd in dit afwegingskader, wordt nagegaan of een opvangvoorziening passend is;
de client een justitiële titel opgelegd heeft gekregen én een forensische indicatie heeft om te kunnen verblijven in een beschermende woonvorm. In dat geval is de indicatie en plaatsing de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie & Veiligheid; of
het CIZ een indicatie voor de Wlz heeft afgegeven. In dat geval is het aan het Zorgkantoor om de ondersteuning te organiseren.
**10..** Op grond van een crisissituatie kan het college voorrang geven bij plaatsing op de wachtlijst van een aanbieder voor beschermd wonen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 26.
Beschermd wonen
Onderdeel van Beleidsregels Jeugd en Wmo gemeente Haarlemmermeer 2026