Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 4.

Gebruikelijke hulp

Onderdeel van Beleidsregels Jeugd en Wmo gemeente Haarlemmermeer 2026

1.. Bij gebruikelijke hulp gaat het om de hulp die naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (hierna gezamenlijk aan te duiden als huisgenoot). Wat concreet valt onder gebruikelijke hulp wordt bepaald door meerdere factoren, zoals: ontwikkelingstaken, opvoedingstaken en ‘normale’ uitdagingen van kinderen en jongeren. Zie hiervoor het samenvattend overzicht van ontwikkelingstaken, opvoedingsopgaven en ‘normale’ uitdagingen uit de uitgave ‘Opgroeien en opvoeden’ van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) dat is opgenomen in bijlage I; de aard en de intensiteit van de ondersteuning. wat de relatie is tot degene die ondersteuning nodig heeft. Van een partner worden andere dingen verwacht dan van een andere huisgenoot. En van een minderjarig kind kan minder verwacht worden dan van een meerderjarig kind; bij ondersteuning door kinderen en jongvolwassenen: de leeftijd, vaardigheden, belastbaarheid en leerbaarheid van het kind. Daarbij is van belang dat het kind of de jongvolwassene niet zodanig wordt belast dat hij beperkt wordt in de activiteiten die bij een kind of een jongvolwassene van zijn leeftijd horen; de verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een kortdurende en langdurige ondersteuningsbehoefte. Er is sprake van een kortdurende ondersteuningsbehoefte als er binnen afzienbare tijd, in de regel maximaal drie maanden, uitzicht is op een dusdanige verbetering van de problematiek en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat ondersteuning daarna niet langer is aangewezen. Bij een langdurige ondersteuningsbehoefte wordt in principe uitgegaan van een periode van langer dan drie maanden. Hoe korter de verwachte duur van de ondersteuning, hoe meer men mag verwachten van een huisgenoot. 2.. Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt géén onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden/lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Wel moet altijd onderzocht worden of de personen die gebruikelijke hulp zouden moeten leveren, hiertoe ook daadwerkelijk in staat zijn. 3.. Uitgangspunt is dat gebruikelijke hulp geleverd kan worden, tenzij uit het onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. 4.. Ook als er sprake is van hulp en ondersteuning die als niet-gebruikelijk kan worden gezien, wordt er onderzocht of een huisgenoot deze hulp en ondersteuning kan bieden. 5.. In het onderzoek, zoals genoemd in lid 3 en 4, wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Is de huisgenoot in staat de noodzakelijke hulp en ondersteuning te bieden? Een huisgenoot kan bijvoorbeeld geen gebruikelijke hulp leveren: bij aanwezigheid van geobjectiveerde beperkingen op het gebied van de noodzakelijke ondersteuning; bij gebrek aan kennis of vaardigheden om de gebruikelijke hulp uit te voeren. Hier geldt wel dat tijdelijk een individuele voorziening ingezet kan worden om de huisgenoot de gelegenheid te bieden vaardigheden aan te leren. Het leervermogen speelt hier wel een rol; als er sprake is van professionele hulp met specialistische doelen (bijvoorbeeld pleinvrees of faalangst); Is de huisgenoot beschikbaar om de noodzakelijke hulp en ondersteuning te bieden? bij fysieke afwezigheid. Deze afwezigheid moet wel een verplichtend karakter hebben, bijvoorbeeld vanwege werk in het buitenland, offshore of als internationaal chauffeur. Daarnaast wordt gekeken naar de aard van de ondersteuning en de duur van de afwezigheid. Als ondersteuning uit te stellen is, dan wordt pas uitgegaan van afwezigheid van gebruikelijke hulp als het om een aaneengesloten periode van tenminste zeven etmalen gaat; Levert het bieden van hulp en ondersteuning door de huisgenoot geen overbelasting op? bij overbelasting of dreigende overbelasting: als uit objectief onderzoek blijkt dat de huisgenoot overbelast is of als overbelasting dreigt, wordt van hem geen gebruikelijke hulp verwacht, totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven; Ontstaan er geen financiële problemen in het gezin als de (niet-) gebruikelijke hulp door de huisgenoot wordt geboden, waardoor niet meer in de praktische basisbehoeften en het levensonderhoud kan worden voorzien? Indien de aanvrager aangeeft dat deze financiële problemen wel ontstaan is het aan de aanvrager om dit aan te tonen. Het college kan de rekentool ‘het persoonlijk budgetadvies’ van het NIBUD inzetten om af te wegen of er mogelijk financiële problemen gaan ontstaan.

Rechtspraak bij dit artikel