Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Haarlemmermeer 2026

1.. Belanghebbende dient een vermogen te hebben dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. 2.. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of indien er sprake is van een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het geldende Financieel besluit sociaal domein. 3.. Van het uitgangspunt dat motorvoertuigen meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien: de het motorvoertuig, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 28.816. In afwijking van het hiervoor gestelde onder lid 3, onderdeel a geldt, indien er sprake is van een aangepast voertuig omdat de persoon of een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft, er geen maximumbedrag van € 28.816. in de overige gevallen mag de waarde van het motorvoertuig niet meer bedragen dan maximaal € 2.500. Indien de waarde van het motorvoertuig hoger is dan dit maximumbedrag, dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één motorvoertuig per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden over nog een motorvoertuig wordt beschikt, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van het motorvoertuig (inclusief btw) kan gebruik gemaakt worden van de online ANWB-koerslijst. 4.. Caravans en vaartuigen worden meegeteld bij het vermogen, omdat deze vanwege hun aard in beginsel niet als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk worden beschouwd in de zin van artikel 34 lid 2 sub a van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel