Naar hoofdinhoud
1.. Het college houdt bij het verstrekken van bijstand rekening met de aard, omvang en intensiteit van de verleende mantelzorg. 2.. Er is sprake van een intensieve zorgbehoefte als degene die verzorging nodig heeft door ziekte of een lichamelijke, verstandelijke of psychische stoornis: in aanmerking komt voor een opname in een Wlz-inrichting; of duurzaam is aangewezen op dagelijkse hulp bij alle of de meeste algemene dagelijkse levensverrichtingen; of duurzaam is aangewezen op constant toezicht om mogelijk gevaar voor zichzelf of anderen te voorkomen. 3.. Indien de belanghebbende onbetaalde mantelzorg verleent, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand het verlenen van deze zorg niet beschouwd als op loon te waarderen arbeid. 4.. Indien er sprake is van een zorgbehoefte en deze zorgbehoefte de reden is van samenwonen, dan kan belanghebbende op grond van artikel 3, lid 2 onderdeel a Pw samenwonen zonder dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding. 5.. De kostendelersnorm wordt op grond van artikel 22a, lid 4 Pw niet toegepast als een woning tijdelijk wordt gedeeld i.v.m. mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte. 6.. Geen opschorting van de bijstandsverlening vindt plaats indien de belanghebbende voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruik maakt van een hoofdverblijf elders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel