Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Inrichting begroting en jaarstukken

Onderdeel van Financiële verordening Dijk en Waard 2026

1.. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. In het jaar voorafgaand aan de verkiezingen vindt een evaluatie plaats met het college en de raad en wordt waar nodig aanpassing van de programma-indeling voorbereid voor de bespreking met en besluitvorming na de verkiezingen door de Raad. 2.. De raad stelt op voorstel van het college per programma of onderdeel daarvan relevante beleids- en/of prestatie-indicatoren vast, voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke realisatie van maatschappelijke effecten en doelstellingen, inclusief de verplichte beleidsindicatoren. 3.. Bij de begroting wordt onder ieder programma de begrote baten en lasten weergegeven en bij de jaarstukken onder ieder programma de gerealiseerde baten en lasten. 4.. Bij de uiteenzetting van de financiële positie wordt in de begroting inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 5.. In de begroting wordt per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. In de jaarrekening wordt een overzicht van actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel