**1..** Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
**2..** Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.
**3..** Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;
het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;
het verzoek niet voldoet aan de in artikel 11 gestelde eisen;
het initiatief naar het oordeel van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; of
**4..** In aanvulling op lid 3 kan het bestuursorgaan een verzoek op grond van het uitdaagrecht afwijzen als:
het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;
de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; of
**5..** Als het bestuursorgaan voornemens is het verzoek af te wijzen wordt indiener vooraf in de gelegenheid gesteld om een zienswijze te geven op het voornemen;
**6..** Het bestuursorgaan reageert binnen een redelijke termijn, maar uiterlijk binnen 12 weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.
**7..** Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing openbaar en bekend aan verzoeker.
Hoofdstuk 4
Artikel 10.
Beoordeling verzoek overheidsparticipatie
Onderdeel van Algemene participatieverordening gemeente Smallingerland