Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Eenmalige vrijlating van liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen

Onderdeel van Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2026 e.v.

1. Bij de vaststelling van het vermogen bij aanvang van de uitkering wordt éénmalig een vrijlating toegepast op het totaal van de liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen waarover de uitkeringsgerechtigde op dat moment redelijkerwijs kan beschikken. 2. De eenmalige vrijlating, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegepast op overige vermogenscomponenten, zoals voertuigen, overwaarde woning, caravans en boten. 3. De maximale hoogte van de eenmalige vrijlating ziet er als volgt uit: Doelgroep Percentage van de gehuwdennorm incl. vt per 1 januari van het toepasselijk kalenderjaar Alleenstaande 100% Alleenstaande ouder 133.33% Gehuwden 150% 4. Indien het totaal aan liquide middelen op betaal-, spaar- en overige financiële rekeningen lager is dan de van toepassing zijnde gemaximeerde vrijlating, bedoeld in het derde lid, dan is de eenmalige vrijlating gelijk aan dit totaal.

Rechtspraak bij dit artikel