Een op grond van het voorgaande artikel, op basis van de Omgevingswet, aangewezen toezichthouder is bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner. Dit voor zover het toezicht op de naleving van een bij of krachtens de wet gesteld voorschrift dit vereist, gelet op de door dat voorschrift beschermde belangen.
Voor de andere in voorgaand artikel genoemde wetten en verordeningen geldt deze bevoegdheid voor zover in deze wetten en verordeningen deze bevoegdheid wordt toegekend.