Het college verstrek geen maatwerkvoorziening voor woningaanpassingen als de inwoner niet is verhuisd naar de meest geschikte beschikbare woning, tenzij vooraf toestemming is gegeven door het college, met als afwegingskader het primaat van verhuizen.
Primaat van verhuizen. Wanneer de kosten van een aanpassing in of aan de woning hoger blijken dan een bepaald bedrag om te verhuizen naar een geschikte woning of een geschikt te maken woning treedt het primaat van verhuizen in werking. Dit wil zeggen: uit het oogpunt van de noodzakelijke kosten en het doel van de ondersteuning adviseert het college aan de inwoner om te verhuizen naar een geschikte woning. Hierbij weegt het college alle relevante zaken mee: financiële consequenties van de verhuizing, de beschikbaarheid (in verband met de medisch verantwoorde termijn), argumenten pro en contra de verhuizing voor de inwoner, de eventueel aanwezige mantelzorg, nabijgelegen voorzieningen enzovoort. Een zorgvuldige afweging van alle argumenten zal aan het advies ten grondslag liggen. Niemand kan verplicht worden om te verhuizen. Kiest de inwoner (en zijn gezin) ervoor in de huidige woning te blijven wonen dan stelt het college, voor de noodzakelijke aanpassingen een beperkt bedrag beschikbaar.
Dit bedrag is gemaximaliseerd aan de hoogte van de verhuiskostenvergoeding zoals opgenomen in artikel 3.11. Het resterende bedrag komt voor rekening van de inwoner. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat alle benoemde aanpassingen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
De inwoner heeft naderhand geen recht meer op toekenning van een voorziening die tijdens de initiële afweging tot het pakket van eisen behoorde.
Het primaat van verhuizen is zowel van toepassing bij huur- als bij koopwoningen. Bij een koopwoning wordt een afweging gemaakt of het kopen van een andere geschikte of gemakkelijk aan te passen woning gezien kan worden als de meest goedkope en adequate oplossing. Ook als er een geschikte huurwoning beschikbaar is, geldt het primaat van verhuizen naar die woning voor de eigenaar van de koopwoning.
Bij verhuizing komt de inwoner niet in aanmerking voor een saneringsvergoeding van de woning. Bij een verhuizing is het immers gebruikelijk dat iemand zijn woning op eigen kosten opnieuw inricht en stoffeert. Hierbij kan de inwoner alvast rekening houden met zijn gezondheidsklachten.
Artikel 3.11 Tegemoetkoming verhuiskosten (nadere regel artikel 4.3 lid 8 verordening)
Een inwoner die vanwege zijn beperkingen niet meer in zijn eigen woning kan wonen en daarom moet verhuizen, kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten.
Voor verhuiskosten van een 1-persoonshuishouden is de bijdrage eenmalig maximaal € 4.603,80.
Dit is 60% van de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie, volgens het Burgerlijk Wetboek.
Voor verhuiskosten van een meerpersoonshuishouden is de bijdrage eenmalig maximaal € 5.754,75. Dit is 75% van de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie.
De hoogte van de tegemoetkoming verhuiskosten gebaseerd op de Regeling minimumbijdrage verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie wordt jaarlijks aangepast per 1 maart.
Een verzoek om een verhuiskostenvergoeding wordt in de volgende gevallen afgewezen:
Bij algemeen gebruikelijke verhuizingen (niet limitatief):
jongeren die op zichzelf gaan wonen;
jonge gezinnen die groter gaan wonen;
ouderen die naar een kleinere woning of seniorenwoning verhuizen;
bewoners van een Wlz-instelling die op een zeker moment zelfstandig gaan wonen.
Bij geen onverwacht optredende noodzaak;
Bij verhuizing naar een niet zelfstandige woonruimte;
Indien de verhuizing al heeft plaatsgevonden.
Artikel 3.12 Afwegingskader hulpmiddelen
Hulpmiddelen kunnen nodig zijn om problemen op te lossen bij het verplaatsen in en om de woning. Deze kunnen door de gemeente verstrekt worden, maar er zijn ook veel hulpmiddelen die particulier aangeschaft kunnen worden. In het kader van het verplaatsen in en om de woning gaat het om een rolstoel die iemand nodig heeft voor dagelijks zittend gebruik in en om de woning.
Als iemand al een voorziening heeft aangeschaft voordat daarvoor een aanvraag voor hulpmiddel is ingediend dan kan de gemeente meestal de situatie voorafgaand aan de aanpassing niet goed meer beoordelen. Als bij de beoordeling van de aanvraag niet meer is vast te stellen of de voorziening noodzakelijk was, dan wordt de aanvraag afgewezen. De bewijslast hiervoor ligt bij de inwoner.
Een aanvraag voor een voorziening die eerder is verstrekt en waarvan de afschrijvingstermijn nog niet voorbij is wordt afgewezen. Dit geldt niet indien de voorziening buiten de schuld van de inwoner niet meer functioneert.
De gemeente houdt de volgende afschrijvingstermijnen aan voor de verstrekte voorzieningen:
rolstoelen, vervoermiddelen en roerende woonvoorzieningen: 7 jaar;
niet-roerende woningvoorzieningen: 10 jaar;
in tegenstelling tot lid 4a geldt voor een sportrolstoel een afschrijvingstermijn van 3 jaar.
De afschrijvingstermijnen worden zowel bij voorzieningen in natura als bij voorzieningen die in de vorm van een pgb zijn verstrekt toegepast. Voorzieningen waarvan de afschrijvingstermijn is verstreken, maar die nog goed functioneren, worden niet vervangen.
Soms blijken reparaties aan hulpmiddelen nodig. De kosten van reparaties die nodig zijn door onzorgvuldig gebruik of grove nalatigheid van de inwoner worden verhaald op de inwoner. Als dit zich vaker voordoet bij dezelfde inwoner, dan krijgt deze een waarschuwing voor het terugnemen van de voorziening. Ook als iemand een pgb heeft, kan de gemeente op deze manier ingrijpen.
Slotbepalingen
De citeertitel van deze nadere regels en beleidsregels is Nadere regels en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik.
De Nadere regels en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026 en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp vastgesteld op 21 april 2020 en het “Besluit vervoersvoorziening Jeugdhulp gemeente Bunnik 2015”, geldend per 01-01-2015 gelijktijdig ingetrokken.
Hoofdstuk
Artikel 3.10
Woningaanpassing voor wat betreft meest geschikte beschikbare woning
Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik