Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.3.1

Individuele begeleiding

Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik

Een inwoner kan op één of meerdere leefgebieden problemen ervaren door het ontbreken van regie en structuur in het dagelijks leven. Dit kan hem belemmeren in zijn zelfredzaamheid, het kunnen participeren in de maatschappij en het zelfstandig kunnen (blijven) wonen. Om de inwoner hierbij te ondersteunen kan er een vorm begeleiding worden ingezet. Het kan daarbij gaan om individuele begeleiding, begeleiding in groepsverband (dagbesteding) en bemoeizorg. De begeleiding is bedoeld voor inwoners met een: verstandelijke of cognitieve beperking; psychiatrische aandoening; lichamelijke aandoening of beperking; zintuigelijke beperking; psychogeriatrische aandoening; psychosociaal probleem. Niet de aandoening is leidend (van welk ziektebeeld/ welke grondslag sprake is) maar de mogelijkheden en de beperkingen van de inwoner. Het Centrum voor Elkaar brengt in kaart wat het effect is van de aandoening of beperking op de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie van de inwoner en het vermogen van de inwoner en zijn omgeving om dit effect op te kunnen vangen. Vervolgens stelt het Centrum voor Elkaar vast waar nog behoefte is aan ondersteuning en wat de doelen van deze ondersteuning zijn. Begeleiding richt zich op: Het aanbrengen of behouden van regie en structuur; Het aanleren of behouden van vaardigheden in het dagelijks leven; Het aangaan en onderhouden van sociale contacten; Het ondersteunen van de mantelzorger; Het stabiliseren van een ernstig ontregelde thuissituatie. De inzet van de begeleiding individueel is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Daarmee wordt bedoeld dat eerst wordt gekeken of de ondersteuning voorliggend kan worden opgelost. Het aantal uren individuele begeleiding wordt toegekend op basis van onder meer: De doelen die bereikt moeten worden op basis van de (medische) situatie van de inwoner; De concrete taken die de begeleider met de inwoner gaat oppakken; De aard van de begeleiding: regulier of gespecialiseerd; Het aantal keer per week dat de begeleider moet komen; Kans op terugval van de inwoner. Met betrekking tot de begeleiding maakt de gemeente onderscheid tussen individuele begeleiding en begeleiding in een groep. Of de inwoner is aangewezen op individuele begeleiding of begeleiding in groepsverband, wordt bepaald tijdens het onderzoek wat het best past. Begeleiding in groepsverband gaat voor op individuele begeleiding als daarmee hetzelfde doel kan worden bereikt. Alleen voor individuele begeleiding wordt onderscheid gemaakt tussen gespecialiseerde begeleiding en reguliere begeleiding. Voor de meeste begeleidingsvragen, kan reguliere begeleiding worden ingezet. Dat is het uitgangspunt. Voor de begeleiding van sommige inwoners is een bepaald specialisme nodig. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van een zeer specifiek of zwaar ziektebeeld. Gespecialiseerde begeleiding is bedoeld voor inwoners die niet zelfredzaam zijn en waarbij sprake is van ernstig tekortschietende zelfregie, sociaal-emotionele problematiek, integratie en participatie. Er is sprake is van complexe en/of meervoudige problematiek wat vraagt om intensieve begeleiding. Gespecialiseerde begeleiding kan ook ingezet worden bij bijkomende problematiek die veelal zorgt voor een ernstige ontregeling of risico in disfunctioneren zoals: crimineel gedrag, reclassering, verslavingsproblematiek, crisissituaties of ernstige verwaarlozing. De gespecialiseerde begeleiding richt zich op: tekortschietende zelfregie en/of inzicht in de problematiek; ernstige problemen t.a.v. het psychisch en/of cognitief functioneren; oriëntatiestoornissen; gedragsproblematiek, ook gedragsproblemen waardoor er risico bestaat voor de veiligheid van de inwoner en/of anderen; of plotselinge veranderingen waardoor bovenstaand beeld optreedt.

Rechtspraak bij dit artikel