Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.4.2

Regiotaxi Utrecht voor Wmo-pashouders (maatwerkvoorziening Wmo)

Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik

Regiotaxi Utrecht is bedoeld voor sociaal recreatieve doeleinden en mag niet door Wmo-reizigers gebruikt worden voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer en vaste ritten naar dagbesteding of dagbehandeling. Een inwoner komt in aanmerking voor een Wmo-pas wanneer deze problemen ervaart op het gebied van vervoer die hij niet zelf of met hulp van zijn sociale omgeving kan oplossen. Een voorwaarde is dat de inwoner niet meer dan 800 meter lopend kan afleggen en/of niet zelfstandig de bushalte kan bereiken. Wmo-vervoer is niet bedoeld voor reizigers die gebruik kunnen maken van andere vervoersregelingen (bijvoorbeeld vanuit de Zorgverzekering) of contractuele afspraken, zoals: zittend ziekenvervoer, vervoer van en naar Wmo-dagbesteding, Leerlingenvervoer, jeugdhulpvervoer en vervoer op grond van de Participatiewet. Een reiziger mag maximaal 25 kilometer reizen per rit, waarbij het vertrek- of aankomstadres zich binnen het totale Vervoergebied Regiotaxi Utrecht 2024-2028 dient te bevinden. Wanneer een reiziger verder dan 25 km wil reizen dan zijn de meerdere kilometers tegen commercieel tarief (OV-vangnettarief) en voor kosten van die reiziger. Er kan maximaal 10 kilometer tegen het commerciële tarief worden gereisd. Een totale rit kan daarom nooit langer zijn dan 35 kilometer. Bij de Regiotaxi kan begeleiding worden geïndiceerd. Dit betekent dat er kosteloos een begeleider mee moet reizen. In dit geval mag een inwoner niet meer alleen met de Regiotaxi reizen. Regiotaxi Utrecht biedt de mogelijkheid voor “individueel vervoer”. Dit houdt in dat gemeente een Wmo-geïndiceerde pashouder een indicatie kan verstrekken voor “individueel vervoer” op medische indicatie of andere zwaarwegende redenen. Alleen wanneer (vaak op basis van medisch advies) is vastgesteld dat de regiotaxi voor een inwoner niet voldoet (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen) komen andere oplossingen in beeld. Hiervan kan ook sprake zijn wanneer de gezinssituatie (bijvoorbeeld in geval van meerdere gehandicapte kinderen) dat vraagt. Vanwege de algemene basis van ‘goedkoopst adequaat’ zijn toekenningen van individuele vervoersvoorzieningen zeer zeldzaam. De ritten van deze Wmo-pashouders met een indicatie “individueel vervoer” mogen niet gecombineerd worden met andere reizigers c.q. ritten. Daarnaast geldt dat er bij Wmo-pashouders “individueel vervoer” ook nog specifiek kan worden gevraagd om vervoer met een “taxi” of “taxibus”. De extra kosten voor “individueel vervoer” komen voor rekening van de gemeente. De ritprijs voor het individueel vervoer is voor de Wmo-geïndiceerde gelijk aan de ritprijs van het “normale” collectief vervoer (OV-vangnettarief). Op grond van het voorgaande kan de inwoner in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming vervoer in plaats van de Regiotaxi voor individueel vervoer. Hieronder valt het gebruik van de eigen auto of een individuele taxi.

Rechtspraak bij dit artikel