Woonvoorzieningen zijn aanpassingen in of rond een woning die helpen om langer zelfstandig te wonen, bijvoorbeeld door een beperking, ziekte of ouderdom. Dit kunnen vaste of losse hulpmiddelen zijn, zoals een traplift, een verhoogd toilet, een drempelhulp of aangepaste keukenaanpassingen.
Bijzondere woonvormen waarvoor er via de Wmo geen compensatieplicht geldt, zijn:
hotels;
pensions;
trekkerswoonwagens;
kloosters;
tweede woningen;
vakantiewoningen;
recreatiewoningen;
kamerverhuur;
op gehandicapten of ouderen gerichte woongebouwen.
Deze uitsluitingen betreffen woonvormen die niet als hoofdwoning dienstdoen en die niet permanent bewoond worden. Natuurlijk kunnen bewoners van dergelijke woningen wel bij de gemeente terecht voor advies en informatie.
Bij het beoordelen van de noodzaak tot verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt meegewogen dat de ontstane problemen in en rond de woning voorzienbaar waren. Meegewogen wordt of de inwoner zelf het risico heeft afgewogen dat zijn woning (in de afzienbare toekomst) niet geschikt zou zijn en er naar gehandeld. In verband hiermee wordt er onder andere gekeken naar de volgende aspecten:
De eigenaar van de woning is verantwoordelijk voor de in de woning gebruikte materialen. Als hieruit problemen voortkomen dan dient de inwoner zich te wenden tot de woningeigenaar.
Er zijn situaties waarin de inwoner verhuist van een aangepaste en/of geschikte woning naar een woning die minder of helemaal niet is aangepast/geschikt. Dit is een verhuizing van een geschikte naar een niet geschikte woning. De gemeente heeft alleen een verantwoordelijkheid voor het aanpassen van de woning als er voor deze verhuizing een belangrijke reden bestaat en van de inwoner niet verwacht mag worden dat hij zelfredzaam is in het oplossen van het probleem.
Ook als iemand met (dreigende) beperkingen verhuist vanuit een voor hem ongeschikt huis, dan verwacht de gemeente dat hij deze gelegenheid aangrijpt om naar een geschikte woning te verhuizen. Hierbij wordt ook van de inwoner verwacht dat hij rekening houdt met de toekomst.
Het staat iedereen vrij om een andere woning uit te kiezen. Het college zal bij de aanvraag van woonvoorzieningen echter altijd overwegen in hoeverre de inwoner met de ontstane problemen rekening had kunnen houden bij de woonkeuze.
Onderzocht wordt in hoeverre eigen oplossingen kunnen leiden tot een oplossing voor het probleem. Hierbij wordt ook overwogen of er volstaan kan worden met voorzieningen die relatief goedkoop en/of algemeen gebruikelijk zijn en waarvoor geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Als algemeen gebruikelijk wordt in dit verband beschouwd onder meer:
het aanbrengen van beugels en handgrepen;
het laten plaatsen van een verhoogd toilet;
het aanschaffen van een toiletverhoger;
het aanschaffen van een toiletstoel;
het aanschaffen van een eenvoudige niet kantelbare douchestoel;
het laten aanleggen van eenvoudige drempelhulpen;
tweede (trap)leuningen.
De veel gebruikte roerende woonvoorzieningen zijn over het algemeen tegen redelijke prijzen verkrijgbaar bij (thuiszorg)winkels en via internet. Als de inwoner de voorziening via de eigen bijdrage uiteindelijk helemaal zelf betaalt, dan is hij misschien sneller en/of goedkoper geholpen met een zelf aangeschafte voorziening. De keuze is aan de inwoner.
Een bouwkundige aanpassing of woon-technische ingreep aan een woonruimte wordt toegekend aan de inwoner. De gemeente kan, in het geval er sprake is van een huurwoning, ervoor kiezen om de kosten voor de voorziening direct aan de eigenaar uit te betalen. De beschikking wordt verstuurd aan de inwoner met een afschrift aan de woningeigenaar. Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning wordt altijd een programma van eisen opgesteld. Zo nodig worden meerdere offertes opgevraagd.
De volgende woningaanpassingen in en rond de woning en aanvullende bepalingen zijn van toepassing:
In de keuken
Aanpassingen in de keuken zijn mogelijk als sprake is van beperkingen bij het uitvoeren van keukenactiviteiten waarvoor de inwoner grotendeels verantwoordelijk is.
Aan de trap
Als iemand vraagt om zijn beperkingen in het traplopen op te lossen, dan wordt gekeken naar de mate van normaal gebruik van de woning. Als er geen mogelijkheden zijn om anders gebruik te maken van de gebruiksruimtes worden alternatieven overwogen zoals bijvoorbeeld een traplift, easystep of een tweede leuning.
Indien de gemeente een regeling heeft getroffen of een contract heeft gesloten voor de levering van trapliften, wordt de traplift in natura en in bruikleen verstrekt conform het contract met de trapliftleverancier. Als de inwoner voor een pgb kiest moet de inwoner een drietal offertes overleggen om de hoogte van het pgb te kunnen vaststellen. Waarbij artikel 4.3 lid 1 van de verordening in acht genomen wordt en rekening gehouden wordt met tarieven voor aanschaf en onderhoud in eventuele contracten met leveranciers van de gemeente.
Indien de gemeente geen regeling of contract heeft gesloten wordt de aanschaf van een traplift met behulp van een financiële tegemoetkoming mogelijk gemaakt. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening. De inwoner betaalt in alle situaties een bijdrage zoals genoemd in artikel 4.9 van de verordening.
Van het toilet
Het aanpassen van het toilet bestaat voornamelijk uit het opheffen van beperkingen in gebruik en toegankelijkheid van het toilet.
Een zogenaamde spoel/föhn installatie, is bedoeld voor mensen die niet in staat zijn zichzelf te reinigen na de toiletgang, kan worden verstrekt.
Een tweede toilet, bijvoorbeeld op de bovenverdieping, wordt in principe niet verstrekt. Er is een uitzondering hierop mogelijk in het geval dat:
Een losse toiletstoel of chemisch toilet niet geleegd en/of schoongemaakt kan worden door de inwoner, een huisgenoot, vrijwilliger of hulpverlener en;
De gang naar beneden, voornamelijk in de nacht, niet of niet op tijd mogelijk is.
Aan de natte cel
Met de natte cel wordt bedoeld de ruimte in de woning waar iemand zich wast, doucht en eventueel naar het toilet kan: de badkamer. Ook hier worden aanpassingen aangebracht om eventuele beperkingen in het gebruik en de toegankelijkheid mogelijk te maken.
Bereikbaarheid/toegankelijkheid/bezoekbaarheid van de woning
Mogelijke aanpassingen zijn:
verbreden van toegangsdeuren en -paden;
aanbrengen van automatische deuropeners;
aanbrengen van drempelhulpen;
verwijderen van drempels;
bereikbaar maken van tuin of balkon.
Aanbouw
Het college besluit vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Als het gaat om een aanbouw bij een eigen woning, zal de gemeente allereerst beoordelen wat iemands eigen mogelijkheden zijn. Ook zal er gekeken worden of het verhuizen naar een geschikte woning een oplossing kan bieden.
Terras
Als de aanleg van een verhard terras, direct aansluitend aan de woonruimte, of de aanpassing van een bestaand terras noodzakelijk is, dan moet de grootte in overleg met de inwoner bepaald worden.
Mogelijk te vergoeden kosten
De kosten voor woningaanpassingen die meewegen bij de vaststelling van de financiële tegemoetkoming en getoetst worden op goedkoopst compenserend, zijn:
de aanneemsom;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;
het architectenhonorarium;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering;
de leges;
de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
renteverlies;
de prijs van bouwrijpe grond;
de door de gemeente (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet waren te voorzien;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen;
de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;
de administratiekosten die de verhuurder maakt.
Bij de toekenning van voorzieningen wordt uitgegaan van het niveau van sociale woningbouw. Het hiervoor geldende niveau is vastgelegd in het “Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)”.
Vergoeding woonwagens
Als de technische levensduur van een woonwagen minder dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt, moet in overleg met de inwoner bepaald worden hoeveel de vergoeding voor bouwkundige en niet-bouwkundige woonvoorzieningen en verwijdering van in bruikleen verstrekte voorzieningen bedraagt en hoe zich dat verhoudt tot de economische waarde van de woonwagen. Waarbij verhuizen de voorliggende optie is.
Opstalverzekering
De gemeente eist dat de eigenaar van de woning bij het vergroten van de woning zelf zorgt voor de aanpassing van de opstalverzekering.
Gereedmelding woningaanpassing
Een woningaanpassing, niet zijnde het aanbrengen van een traplift, moet binnen een bij de situatie passende redelijke termijn na het verlenen van de voorziening gereed zijn. Als niet aan de termijn wordt voldaan, kan het college besluiten om het besluit tot toekenning van de voorziening in te trekken. Als de voorziening gereed is, moet er door de inwoner aan de gemeente een schriftelijke gereedmelding worden overlegd.
Voorzieningen worden zo min mogelijk verwijderd. Als het onontkoombaar is om een voorziening te verwijderen zijn de kosten van het verwijderen voor de gebruiker van de voorziening. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de kosten van het verwijderen hiervan.
Ook bij mantelzorgers die helpen bij de verzorging van de inwoner, kunnen er sprake zijn van problemen. Dit is dan het gevolg van de zorgtaak van de mantelzorger, waardoor de mantelzorger (te) zwaar belast wordt. In zo’n geval kan compensatie ook een optie zijn. Een tillift is een duidelijk voorbeeld van een hulpmiddel waar de mantelzorger veel baat bij heeft.
Hoofdstuk
Artikel 3.8
Afwegingskader woonvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik