Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Verzoek om indeling in een urgentiecategorie (artikel 2.3.10 HVV)

Onderdeel van Nadere regels woonurgentie Zuid-Kennemerland/ IJmond: Beverwijk 2026

De aanvrager dient bij de aanvraag van de urgentieverklaring in ieder geval de volgende stukken in: Naam, contactgegevens, leeftijd, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; en Omvang van en het aantal thuiswonende kinderen behorend tot het huishouden van de aanvrager. Bij de indeling in een urgentiecategorie wordt gekeken naar de samenstelling van het huishouden vóór of bij het ontstaan van het huisvestingsprobleem. Tot het huishouden worden de leden van het huishouden gerekend die op het moment van de aanvraag voldoen aan de volgende drie voorwaarden: de leden voeren een huishouden, als bedoeld in de HVV; de leden staan ingeschreven op hetzelfde woonadres in de BRP; de leden verhuizen gezamenlijk naar een ander adres. In aanvulling op het tweede lid dient een aanvrager met één of meer minderjarige kinderen, indien relevant voor de aanvraag, aan te tonen: dat er sprake is van gezag over dit kind, of deze kinderen; dat dit kind of deze kinderen daadwerkelijk hun hoofdverblijf hebben bij de aanvrager; en dat de kinderen niet (tijdelijk) bij de andere gezaghebbende kunnen wonen. Een bewijs van inkomen van het huishouden van de aanvrager, als bedoeld in artikel 2.3.10, tweede lid, aanhef en onder c, van de HVV is bijvoorbeeld een inkomensverklaring en, als dit afwijkt van het huidige inkomen, de laatste drie maandlonen; Motivering van de urgentieverklaring; en Andere documenten, verklaringen of bewijsstukken ter onderbouwing van de aanvraag van urgentie, zoals: een geldige inschrijving bij Woonservice; en indien van toepassing de huurovereenkomst van de huidige woning waar de aanvrager huurder is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel