In het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor het plaatsen en bewonen van een tijdelijke woonunit vermeldt het college in ieder geval de volgende informatie:
Het adres waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft;
De eventuele voorwaarden en voorschriften die aan de omgevingsvergunning zijn verbonden;
De tijdelijke woonunit moet worden aangesloten op de bestaande nutsvoorzieningen waardoor er geen sprake is van een permanent zelfstandige woning;
De instandhoudingstermijn, met een maximum van drie jaar; en
Als de hoofdwoning eerder dan de genoemde datum uit de instandhoudingstermijn kan worden betrokken, dan moet de tijdelijke woonunit binnen 6 weken na het in gebruik nemen van de hoofdwoning, verwijderd zijn.
Toelichting
Redenen voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit
Regelmatig worden aanvragen voor omgevingsvergunningen ingediend voor het plaatsen en bewonen van een tijdelijke woonunit. Een tijdelijke woonunit is nodig als de bestaande hoofdwoning zodanig ingrijpend wordt verbouwd dat de hoofdwoning niet meer bewoonbaar is. Of als de toekomstige bewoners van een (vervangende) nieuwbouwwoning tijdelijk onderdak nodig hebben voordat zij in de nieuwe woning kunnen wonen.
De tijdelijke woonunit helpt bewoners om goed en praktisch te wonen. Veelal hebben toekomstige bewoners elders een woonruimte waarvan de huur kan worden opgezegd of de woning kan worden verkocht. Deze bespaarde kosten kan men in de (ver)bouw van de hoofdwoning steken. Daarbij is het fijn om een tijdelijke woonunit op de bouwplaats te hebben als de nieuwe bewoners de bouwwerkzaamheden in eigen beheer uitvoeren.
Vergunningplicht
Voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit is altijd een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit nodig. De reden daarvoor is dat het volgens het omgevingsplan niet is toegestaan om een tweede woning op het perceel te hebben of om tijdelijk in een bijgebouw te wonen tijdens de (ver)bouw van de hoofdwoning. Het gaat om een tijdelijke, verplaatsbare en architectonisch gezien eenvoudige woonunit waar alle volgende voorzieningen aanwezig zijn keuken, badkamer, toilet, woon/slaapkamer.
Wanneer wordt de omgevingsvergunning verleend?
Het college beoordeelt of de tijdelijke woonunit voldoet aan de gestelde voorwaarden uit artikel 4.1 van deze beleidsregel. Daarbij wordt zorgvuldig de voorgestelde locatie van de woonunit op het perceel onderzocht. Hierbij wordt rekening gehouden met de plek waar wordt ge-/verbouwd en waar eventueel materiaal tijdelijk wordt opgeslagen. De plek waar de tijdelijke woonunit komt te staan moet een veilige en gezonde plek zijn om te wonen.
Bij een aanvraag voor een BOPA moet door aanvrager worden aangetoond dat het initiatief voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In dit geval gaat het om het plaatsen van een tijdelijke woonunit waarbij milieu een zeer beperkte rol speelt. Om die reden hoeft geen milieuparagraaf aan de onderbouwing te worden toegevoegd.
Wat in ieder geval van belang is, is dat de tijdelijke woonunit niet op een gas-/of buisleiding wordt geplaatst.
Een omgevingsvergunning wordt voor maximaal drie jaar verleend. Meestal is binnen die periode de (ver-)bouw van de hoofdwoning afgerond.
Wat verder nog belangrijk is
Naast de voorwaarden uit deze beleidsregel gelden voor een tijdelijke woonunit de minimale technische en brandveiligheidseisen uit het Bbl. Deze eisen gaan over ventilatie, isolatie, daglichtvoorziening, verwarming en tijdige alarmering bij brand. De bewoners van de tijdelijke woonunit hebben zelf de verantwoordelijkheid dat de tijdelijke woonunit aan deze eisen voldoet.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Voorschriften in besluit omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregel Beter benutten van de bestaande woningvoorraad 2026 van de gemeente Maashorst