In de volgende gevallen kan directe bemiddeling met lokale voorrang worden ingezet. Deze bemiddeling is een vangnet: het wordt enkel toegepast wanneer een huishouden niet tijdig via de reguliere inschrijfduur een passende woning kan vinden en (nog) niet voldoet aan de criteria voor een urgentieverklaring.
Doorstromen via de doorstroommakelaar:
De doorstroommakelaars mogen de volgende doelgroepen bemiddelen naar een passende corporatiewoning:
(senioren)huishoudens die niet passend wonen in hun huidige woning.
Onder ‘niet passend’ wordt verstaan: het kleine huishouden woont in een grote schaarse woning of in een woning die als niet-toegankelijk wordt beschouwd.
Huishoudens met een kwetsbaarheid en urgente woonvraag.
Huishoudens met een WMO-indicatie, waarbij een verhuisadvies geldt naar een toegankelijke woning. Bemiddeling vindt plaats in overleg tussen de gemeente (WMO-consulent), woningcorporaties en doorstroommakelaar.
Doorstromen binnen een wooncomplex (doorschuiven):
De woningcorporaties mogen, vanuit hun zorgplicht, een huishouden dat niet meer kan blijven wonen in hun huidige woning bemiddelen naar een vergelijkbare woning binnen hetzelfde wooncomplex tot een maximum van 3 huishoudens per jaar.
Artikel 3
Voorrang via bemiddeling
Onderdeel van Nadere regels Lokaal Maatwerk woonruimteverdeling Rijswijk 2026