Als grafbedekking mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas, met een minimale dikte van 2 cm.
De lengte en de breedte van de grafbedekking (de daarop geplaatste ornamenten inbegrepen) mogen die van het (urnen-)graf, de bovengrondse urnenplaats en gedenkplaats niet overschrijden.
Voor het plaatsen van grafbedekking op een enkel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
voor de begraafplaatsen Kollum, Burum, Burdaard de vakken C en D en Munnekezijl: maximaal 200 x 80 x 130 cm (l x b x h);
voor de begraafplaatsen Lindenhof de velden A t/m G, Damwâldsterreedsje, Reidswâl en Molenzes: maximaal 200 x 80 x 120 cm (l x b x h);
voor de begraafplaats Nijenhof: maximaal 200 x 90 x 130 cm (l x b x h);
voor de begraafplaats Burdaard de vakken A en B maximaal 200 x 90 x 130 (l x b x h);
Op de begraafplaats Lindenhof vak H is het uitsluitend toegestaan om een staande letterplaat met voetstuk te plaatsen met de volgende maximale afmetingen: 35 x 80 x 130 cm (l x b x h).
Voor het plaatsen van grafbedekking op een dubbel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
voor de begraafplaatsen Kollum, Burum , Burdaard de vakken C en D en Munnekezijl maximaal 200 x 160 x 130 cm (l x b x h);
voor de begraafplaatsen Lindenhof, de vakken A t/m G, Damwâldsterreedsje, Reidswâl en Molenzes: maximaal 200 x 160 x 120 cm (l x b x h);
voor de begraafplaats Nijenhof: maximaal 200 x 180 x 130 cm (l x b x h);
voor de begraafplaats Burdaard de vakken A en B: maximaal 200 x 140 x 130 cm (l x b x h);
op de begraafplaats Lindenhof vak H is het uitsluitend toegestaan om een staande letterplaat met voetstuk te plaatsen met de volgende maximale afmetingen; 35 x 160 x 130 cm (l x b x h).
Voor het plaatsen van grafbedekking op een kindergraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
kindergraven voor kinderen van 1 tot 12 jaar voor de begraafplaatsen Kollum, Nijenhof, Munnekezijl, Burum en Burdaard, maximaal 200 x 80 x 100 centimeter (l x b x h);
kindergraven voor kinderen van 1 tot 12 jaar voor de begraafplaatsen Lindenhof, Damwâldsterreedsje, Reidswâl en Molenzes maximaal 100 x 55 x 70 centimeter
(l x b x h);
kindergraven voor kinderen jonger dan 1 jaar, maximaal 60 x 55 x 70 centimeter
(l x b x h).
Voor het plaatsen van grafbedekking op een urnengraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld:
met uitzondering van begraafplaats Burdaard: 50 x 50 x 65 cm (l x b x h);
voor begraafplaats Burdaard: 55 x 55 x 0 cm (l x b x h).
Voorzetplaten en sluitplaten van urnennissen zijn afhankelijk van het type nis.
op begraafplaats Lindenhof is de buitenmaat van muur 1 t/m 3, 37 x 50 x 3 cm (h x b x dikte) en van muur 4 t/m 10, 43 x 50 x 3 cm (h x b x dikte). De kleur van de afdekplaten is conform tekeningnummer B-612.12 rood, wit of zwart;
de afmeting van een voorzetplaat op de urnenzuilen op begraafplaatsen Burum en Molenzes bedraagt (l x h) 38,9 x 32,8 cm. Deze voorzetplaat wordt door de gemeente verstrekt tegen een vastgesteld tarief.
De in het derde, vierde, vijfde en zesde lid genoemde gedenktekens moeten vast aan elkaar en/of afzonderlijk bevestigd of gefundeerd worden.
Sierurnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel.
Losse materialen zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding en voorzien van een bodemplaat. De losse materialen mogen tot maximaal 3 cm van de hoogte van de omranding worden aangevuld.
Indien een urn blijvend zichtbaar wordt geplaatst op een graf dient deze zodanig te worden bevestigd dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen.
In specifieke situaties kan het college afwijken van de in het derde, vierde, vijfde en zesde lid genoemde afmetingen. Een vergunningaanvraag daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende begraafvak of themaveld.
De namen van leveranciers, ontwerpers of uitvoerders van gedenktekens mogen alleen aan de achterkant van het gedenkteken worden aangebracht, in de vorm van een klein naamplaatje van maximaal 2 x 4 centimeter.
Voor de herdenking van overledenen van een as verstrooiing en van geruimde graven kan een door de gemeente beschikbaar gesteld gedenkplaatje worden geplaatst op een algemene herdenkingszuil. Plaatsingsrechten worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaar tegen een vastgesteld tarief.
Gedenkplaatjes mogen alleen voorzien zijn van de naam, de geboortedatum en sterfdatum van de overledene.
Op en in de nabijheid van verstrooivelden zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan.
Artikel 13.
Voorwaarden grafbedekking
Onderdeel van NADERE REGELS GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN NOARDEAST-FRYSLAN 2026