**1..** De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Wet mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de bevoegde bestuursorganen van de Gemeenten daarmee hebben ingestemd.
**2..** In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels, waaronder het tijdstip van opheffing.
**3..** Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio stelt, gehoord hebbende de bevoegde bestuursorganen van de Gemeenten, tenminste zes maanden voor het tijdstip van opheffing, een liquidatieplan en een sociaal plan voor het personeel vast. Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de opheffing.
**4..** Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio is belast met de uitvoering van de liquidatie.
**5..** Zo nodig blijven de organen van het samenwerkingsverband ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 32.
Opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland 2024