Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting

1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelas-tingen zoals die voor het belastingobject waarvan de gemeubileerdewoning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken; 3. In geval voor de woning geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen isvastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde van die woning.4. De vaststelling van de waarde geschiedt overeenkomstig de regels voor de in deartikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet bedoelde belastingen.5. De belasting bedraagt 2,02 0/00 per jaar van de waarde, zoals bedoeld in artike1 3 van deze verordening

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel