Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van De Verordening Jeugdhulp 2026 Renswoude

In de gemeente Renswoude vinden we het belangrijk dat kinderen gezond en veilig opgroeien. Ouder(s) en jeugdigen zorgen daar in de eerste plaats zelf voor. Ontstaan er problemen, dan kunnen zij deze meestal zelf oplossen. Lukt dat niet, dan denkt de gemeente mee in de richting van een oplossing en kan zij ouder(s) en jeugdigen ondersteunen. Dit is geregeld in de Jeugdwet. Daarin staat in hoofdlijnen welke rol de gemeente én de ouder(s) en jeugdigen hebben. Om dat concreter te maken is het Beleidsplan sociaal domein Renswoude vastgesteld en deze verordening geschreven. In dit beleidsplan en in deze verordening staan belangrijke uitgangspunten en regels die de gemeente helpen om ouder(s) en jeugdigen goed te ondersteunen als dat nodig is. De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Burgemeester en wethouder(s) kunnen zulke uitvoeringsregels maken. Uitgangspunten van de regels De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. Dit heeft tot gevolg dat de regels: goed leesbaar zijn; goed uitgevoerd kunnen worden en duidelijk zijn; afgestemd zijn op elkaar; aansluiten bij de Jeugdwet; aansluiten bij het Beleidsplan sociaal domein Renswoude; helpen om de doelen van de wetgever te bereiken en belangrijke internationale regels na te komen, zoals het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); de administratieve belasting voor gemeente en ouder(s) en jeugdigen zo laag mogelijk houden. Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de genoemde Jeugdwet. De gemeente zorgt ervoor dat het effect van een besluit past bij de bedoeling van die wet. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kernwaarden: het belang van de jeugdige staat voorop. de ouder(s) doen zelf wat zij zelf kunnen, zo nodig met hulp van hun persoonlijk en/of het sociaal netwerk. als dat niet lukt, denkt de gemeente mee over een oplossing die past bij de situatie van de jeugdige en het gezin. de gemeente heeft zo nodig een breed aanbod dat aansluit bij de situatie van de jeugdige en het gezin. we willen niet onnodig labelen en ondersteunen enkel daar waar nodig is. hulp zetten we dan zo licht en kortdurend als mogelijk, maar zo intensief als nodig in. als jeugdzorg nodig is, dan doen we dat integraal en gezinsgericht. zorg en ondersteuning stemmen we zoveel mogelijk af op de jeugdigen en hun ouder(s) en wordt zo dichtbij mogelijk geboden in de vertrouwde omgeving, passend bij de behoefte van de jeugdige. de ingezette hulp moet een positief effect hebben op de jeugdige, daarom sturen we op resultaat. Deze kernwaarden geven richting aan de uitvoering van de verordening. Het zijn geen regels, maar principes en overtuigingen. Die vormen de basis van de regels. De kernwaarden in deze paragraaf gelden voor alle hoofdstukken. Daarnaast kan elk hoofdstuk nog bijzondere kernwaarden hebben. Die kernwaarden gelden dan speciaal voor dat hoofdstuk. Leeswijzer Wat leest u in deze verordening? Na de inleiding komt eerst een uitleg van de belangrijke begrippen die in de verordening worden gebruikt. Daarna leest u in hoofdstuk 2 hoe en waar een ouder(s) en/of jeugdigen hun vraag kunnen stellen aan de gemeente en hoe de gemeente die vraag oppakt. Daarna volgen de belangrijkste regels over de gemeentelijke taken. Die regels gaan bijvoorbeeld over hulp van de gemeente bij de opvoeding van kinderen (H. 3). In dit hoofdstuk leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft. Daarna zijn er enkele hoofdstukken over de vorm die de hulp heeft, over wat ouder(s) en jeugdigen en gemeente van elkaar kunnen verwachten en hoe de hulp georganiseerd is (H. 4-9). De verordening eindigt met een aantal slotbepalingen (H. 10). Elk hoofdstuk begint met een korte inleiding. Daarin staat waarover het hoofdstuk gaat en welke bijzondere kernwaarde(n) voor dat hoofdstuk geldt. Daarna volgen de regels. Ten slotte: waar in deze verordening wordt gesproken over ‘zijn’, ‘hem’ of ‘hij’, wordt ook bedoeld: ‘haar’, ’zij’, ‘hun’ of ‘hen’. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘ouder(s)’ wordt bedoeld ‘ouder(s)/verzorger(s)’. Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten (Jeugdwet, Awb) waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? · Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. · Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. · Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. · Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die hulp verleent aan de ouder(s) en/of jeugdige op grond van een besluit van de gemeente, een bepaling van de Gecertificeerde Instelling (GI) of een medische verwijzing. Aanvraag: een verzoek van een inwoner om een besluit te nemen, bedoeld in artikel 1:3 Awb. Ook een verzoek om verlenging, op- en afschaling via het berichtenverkeer wordt gezien als aanvraag. Andere voorziening: voorziening waarop de ouder(s) en/of jeugdige een beroep kunnen doen voor hulp die hij nodig heeft, anders dan een voorziening op grond van de Jeugdwet. Het gaat om voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming. Awb: Algemene wet bestuursrecht. BIG: Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Bovengebruikelijke hulp: Alles wat de gebruikelijke hulp te boven gaat. Budgethouder: de persoon die een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt op grond van de Jeugdwet. Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning. Het doel ervan is het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van de ouder(s) en/of jeugdige en het krijgen van dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en/of preventieve zorg en/of zorg en/of jeugdhulp en/of onderwijs en/of welzijn en/of wonen en/of werk en inkomen. Draagkracht: de normale, dagelijkse hulp die ouder(s) met behulp van hun sociale netwerk vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Ouder(s) moeten de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht op hen houden. Ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het betreft hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf. Draaglast: De draaglast (de belasting) die ouder(s) ervaren, bestaat uit zaken van buitenaf, die energie vragen, zoals gezondheidsproblemen, alledaagse stresssituaties en eisen van het dagelijks leven. Wanneer de draaglast groter wordt dan de draagkracht, ontstaan problemen. De weegschaal slaat door naar één kant. Dit kan gebeuren doordat er bijvoorbeeld veel in korte tijd gebeurt of het heel druk is, waardoor de draaglast groter wordt (zwaarder). Ook door ziekte of vermoeidheid kan draagkracht verminderen. Het resultaat hiervan is dat de eisen die gesteld worden groter zijn dan wat de persoon aan kan of denkt aan te kunnen. Eigen kracht: alles wat ouder(s) en/of de jeugdige zelf kunnen doen om het probleem op te lossen, of wat zij kunnen doen met behulp van andere personen uit het sociale netwerk, van andere organisaties of met andere mogelijkheden, zoals een aanvullende zorgverzekering. Familiegroepsplan: Plan van aanpak dat de ouder(s) kunnen opstellen samen met familie of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren. Hierin kunnen zij aangeven hoe ze zelf kunnen bijdragen aan het verbeteren van de opvoed- en opgroeisituatie van de jeugdige. Gecertificeerde Instelling (GI): organisatie die conform de jeugdwet maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoert. Gebruikelijke hulp: de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder(s) of andere verzorger(s) en opvoeder(s). Zie ook bijlage 1. Gemeente: het college van burgemeester en wethouder(s) van de gemeente Renswoude. Hulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; bij jeugdhulp gaat het om alle vormen van hulp en ondersteuning zoals opvoedvragen, opvoedhulp en de jeugd-ggz. Deze vormen van hulp kunnen variëren van licht ambulant (vanuit een wijkteam), tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg. Hulpverlener: de persoon die feitelijk hulp verleent. Hulpvraag: behoefte van een jeugdige en/of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de Jeugdwet. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet; het betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Met inspraak wordt in hoofdstuk 6 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen. Instelling: een organisatie die bedrijfsmatig zorg of hulp verleent. Individuele voorziening: een voorziening die op de jeugdige en/of zijn ouder(s) is afgestemd die in natura (Zorg In Natura/ZIN) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) wordt verstrekt. Jeugdige: een jeugdige is een kind dat hulp nodig heeft bij opgroeiproblemen, psychische problemen en stoornissen. Dat is in ieder geval een kind tot 18 jaar met deze problemen. Soms kan ook een kind van 18 tot 23 jaar hulp krijgen (zie artikel 1.1 Jeugdwet). Jeugdwet: De Jeugdwet regelt hoe hulp aan kinderen en gezinnen in Nederland geregeld is. Ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering maken onderdeel uit van de wet. Niet-professionele hulp: hulp van iemand die niet valt onder de definitie van professionele hulp én hulp van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de jeugdige of zijn ouder(s). Ondersteuningsplan: een verslag waarin de adviezen, verwijzingen en afspraken staan die in overleg met de ouder(s) en/of jeugdige zijn gemaakt. Ook staan hierin de resultaten die bereikt moeten worden en de evaluatie daarvan. Ouder: ouder, zoals omschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de ouder(s) en/of jeugdige die van belang zijn. Pgb: persoonsgebonden budget dat aan de ouder(s) of jeugdige wordt verstrekt om jeugdhulp bij derden in te kopen. Budgetplan: een plan van aanpak dat de ouder(s) en/of de jeugdige opstellen voor de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan moet onder meer staan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp wordt gewaarborgd. Professionele hulp: hulp van een professional die werkt voor een instelling of als Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’er). SKJ: Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Sociaal netwerk: een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie hebben. Veilig Thuis (VT): het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Voorliggende voorziening: een (jeugdhulp)voorziening die een oplossing kan bieden voor de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) en die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouder(s). Dit kan een voorziening zijn op grond van een andere wet, zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Jeugdwet, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Wet Kinderopvang: deze wet regelt de kwaliteit, financiering en het toezicht op kinderopvang, met als doel ouders te ondersteunen bij werk en zorg te combineren. Wlz: Wet langdurige zorg. Woo: Wet openbare overheid. Zorg in Natura (ZIN): een voorziening die aan de ouder(s) en/of jeugdige wordt verstrekt in de vorm van hulp door een aanbieder waar de gemeente een contract mee heeft. ZZP: Zelfstandige Zonder Personeel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel