Naar hoofdinhoud
1. Bij een geconstateerde overtreding, waarbij er sprake kan zijn van een foutgeparkeerde fiets, een weesfiets, een fietswrak of een gevaarlijk geparkeerde fiets, is de toezichthouder bevoegd om bestuursdwang aan te zeggen en ook feitelijk toe te passen, op grond van het bepaalde in artikel 5:21 Awb. 2. Het besluit tot het aanzeggen van bestuursdwang wordt genomen door het opmaken van een beschikking. De last onder bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregel en vermeldt de termijn waarbinnen die maatregel moet worden uitgevoerd, als bedoeld in artikel 5:24, lid 1 en 2 Awb. 3. De last onder bestuursdwang (besluit) kan in de praktijk veelal niet rechtstreeks aan de overtreder of eigenaar van de fiets worden uitgereikt, als bedoeld in artikel 5:24, lid 3 en artikel 3:41, lid 1 Awb. Daarom geschiedt de bekendmaking van het besluit op een andere geschikte wijze (artikel 3:41, lid 2 Awb), en wel door het bevestigen van de beschikking in de vorm van een sticker of label aan de fiets. 4. In geval van een gevaarlijk geparkeerde fiets wordt, gelet op de spoedeisendheid hierbij, direct zonder voorafgaande last tot toepassing van bestuursdwang ex artikel 5:31 Awb overgegaan. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk daarna alsnog bekendgemaakt. 5. Zowel bij de reguliere bestuursdwang als de spoedeisende bestuursdwang wordt de beschikking uitgereikt aan de eigenaar van de fiets wanneer de fiets wordt opgehaald bij het fietsdepot. 6. In de beschikking wordt in ieder geval opgenomen: a. registratienummer; b. het overtreden wettelijk voorschrift; c. datum, tijdstip en locatie van geconstateerde overtreding; d. de last om overtreding ongedaan te maken; e. de begunstigingstermijn; f. de verwijdering van de fiets door gemeente op kosten van overtreder; g. telefoonnummer en website voor informatie; h. mogelijkheid om bezwaar bij college in te dienen, conform artikel 6:4 Awb; i. datum van beschikking; j. ondertekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel