Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.

Artikel 2.15.

Spreekrecht inwoners bij raadscommissies

Onderdeel van Reglement van orde van de gemeenteraad van Maashorst 2026

1.. Inwoners, vertegenwoordigers van organisaties en vertegenwoordigers van bedrijven uit de gemeente Maashorst kunnen in een vergadering van de commissie het woord voeren (spreekrecht) over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen die het werkveld van de raadscommissie betreffen. Inspreken over niet geagendeerde onderwerpen vindt plaats tijdens het daarvoor gereserveerde inspreekmoment. Inspreken over geagendeerde onderwerpen vindt plaats voorafgaand aan de beraadslaging bij het agendapunt waarop wordt ingesproken. 2.. Bij insprekers namens organisaties en bedrijven geldt dat tijdens een vergadering per bedrijf en per organisatie één persoon kan inspreken over een onderwerp. 3.. De raadscommissie kan bepalen dat bij een bepaald geagendeerd onderwerp inspreken niet mogelijk is omdat er al een mogelijkheid tot inspreken is geweest over hetzelfde onderwerp bij een beeldvormende avond. 4.. Elke inspreker krijgt gedurende maximaal drie minuten het woord. De gezamenlijke spreektijd is 30 minuten. Bij meer dan tien aanmeldingen voor een vergadering kan de voorzitter tot een andere verdeling van de individuele spreektijd komen. 5.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en/of beroep openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; en indien over het onderwerp een klacht op grond van Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 6.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 7.. De commissievoorzitter geeft bij meerdere insprekers bij hetzelfde agendapunt het woord aan de insprekers op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 8.. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 9.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel