**1..** Elke fractie kan maximaal twee commissieleden niet-zijnde raadsleden hebben. Een uitzondering geldt voor de fracties met 1 zetel. Zij kunnen maximaal drie commissieleden niet-zijnde raadsleden hebben. Fracties kunnen commissieleden niet-zijnde raadsleden ter benoeming aan de gemeenteraad voordragen.
**2..** De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn op de commissieleden niet-zijnde raadsleden, van overeenkomstige toepassing.
**3..** Bij de benoeming van nieuwe commissieleden niet-zijnde raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De griffier treedt op als secretaris van de commissie.
**4..** Deze commissie onderzoekt of voldaan wordt aan de vereisten van het tweede lid en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot commissielid niet-zijnde raadslid. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
**5..** Met het uitbrengen van het advies aan de raad is de commissie ontbonden.
**6..** De raad benoemt het voorgedragen commissielid niet-zijnde raadslid, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen van het tweede lid.
**7..** Alvorens deze zijn functie kan uitoefenen, legt het commissielid niet-zijnde raadslid, in handen van de raadsvoorzitter de eed of de belofte af overeenkomstig artikel 14, eerste lid, van de wet, waarbij in plaats van “lid van de raad” moet worden gelezen “commissielid niet-zijnde raadslid”. De benoeming krijgt pas kracht op het moment dat het commissielid niet-zijnde raadslid de eed of de belofte heeft afgelegd.
**8..** De griffier draagt zorg voor openbaarmaking en publicatie op de website van de gemeenteraad, en terinzagelegging van de andere functies die het commissielid niet-zijnde raadslid vervult.
**9..** De commissieleden niet-zijnde raadsleden worden voor de duur van de raadsperiode benoemd.
**10..** De zittingsperiode van een commissielid niet-zijnde raadslid eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
**11..** Een commissielid niet-zijnde raadslid houdt ook op commissielid niet-zijnde raadslid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de eisen die in het tweede lid zijn gesteld.
**12..** Daarnaast ontslaat de raad een commissielid niet-zijnde raadslid op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
**13..** Verder kan een commissielid niet-zijnde raadslid te allen tijde ontslag nemen. Het commissielid niet-zijnde raadslid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
**14..** Het lidmaatschap van een commissielid niet-zijnde raadslid houdt eveneens op als het commissielid niet-zijnde raadslid schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij niet langer als commissielid werkzaam is voor de fractie die hem voor benoeming heeft voorgedragen dan wel als uit zijn gedragingen binnen en buiten de commissievergadering in redelijkheid kan worden afgeleid dat hij als commissielid grotendeels dan wel geheel werkzaam is voor een andere fractie dan de fractie die hem voor benoeming heeft voorgedragen.
**15..** Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, dan vervalt het zijn van commissielid niet-zijnde raadslid van degenen die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege. Dit geldt ook als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad door een splitsing van een fractie of een samenvoeging van fracties.
**16..** Als een fractie 1 zetel en drie commissieleden niet-zijnde raadsleden heeft, maar door het overstappen van een of meer raadsleden naar deze fractie groeit in zetels, stelt deze fractie vóór de eerstvolgende raadsvergadering de raad voor om een van de drie commissieleden niet-zijnde raadsleden te ontslaan. Doet deze fractie dit niet, dan is het laatst benoemde commissielid niet-zijnde raadslid van die fractie direct na afloop van die raadsvergadering van rechtswege geen commissielid niet-zijnde raadslid meer.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.
Artikel 2.4.
Commissieleden niet-zijnde raadsleden
Onderdeel van Reglement van orde van de gemeenteraad van Maashorst 2026