Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Onderzoek

Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer Veenendaal 2026

1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school. De mogelijke afstemming van de vervoersvoorziening met andere in het kader van het sociaal domein aan de leerling of het gezin verstrekte voorzieningen maakt ook deel uit van het onderzoek. 2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken. Bij dit gesprek kan, als het college dat noodzakelijk acht, ook een medewerker uit een ander domein of een deskundige aansluiten. 3. Het college kan onderzoeken of er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek, bedoeld in het tweede lid, opnieuw plaatsvinden. 4. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt en wanneer gelet op het ontwikkelingsperspectief van de leerling zelfstandig reizen met het openbaar vervoer of fiets voor deze leerling nu of in de toekomst niet uitgesloten is, onderzoekt het college de mogelijkheden om de leerling met het openbaar vervoer of fiets te leren reizen en welke ondersteuning daarbij nodig is. 5. Voor zover de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in het vierde lid, daartoe aanleiding geven, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen.

Rechtspraak bij dit artikel