Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten uit eerdere bijstandsverlening, als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Wet, te gebruiken wanneer:
dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag;
de nieuwe aanvraag is ingediend binnen 9 maanden na beëindiging van de eerdere algemene bijstand, aansluitend op de WWtermijn van 3 maanden na minimaal zes maanden arbeid in loondienst; en
de eerdere bijstandsverlening is beëindigd vanwege:
werkaanvaarding;
detentie;
aanvang van een studie;
het aangaan van een relatie.
Voordat het college gebruikmaakt van deze gegevens, wordt bij de belanghebbende nagegaan of er wijzigingen zijn in:
het hoofdverblijf;
de gezinssituatie;
het inkomen en het vermogen.
In het kader van de vereenvoudigde aanvraagprocedure vraagt het college in ieder geval de volgende gegevens op:
bankafschriften van één volledige maand voorafgaand aan de aanvraag;
informatie over sollicitatieactiviteiten in de voorafgaande maanden. Indien deze sollicitaties niet hebben geleid tot werk, kan het college bewijsstukken zoals sollicitatiebrieven en/of reacties van werkgevers opvragen om te bepalen welke ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld een sollicitatietraining.
Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Ioaw.
Artikel 4.
Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet in balans gemeente Gennep 2026