Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8. › Paragraaf 2

Artikel 33.

Spreekrecht inwoners en belanghebbenden

Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad van Culemborg 2026

1.. Een ieder kan een verzoek doen om over een onderwerp dat op de agenda staat het woord te voeren. Een verzoek daartoe moet tenminste twaalf uur voor de vergadering gericht worden aan de griffie, onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het agendapunt waarover men het woord wenst te voeren. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over de agendapunten betreffende het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen; als al eerder over hetzelfde onderwerp door dezelfde persoon van het spreekrecht gebruik werd gemaakt en de besluitvorming over het onderwerp nog niet is afgerond; over een besluit van een bestuursorgaan van de gemeente waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; voor boodschappen of aanprijzingen van commerciële aard; door een politieke partij. 3.. Degene die het woord wil voeren in de commissievergadering krijgt van de commissievoorzitter aan het begin van de vergadering gedurende 5 minuten de gelegenheid het woord te voeren. 4.. Er is in totaal maximaal dertig minuten gereserveerd voor anderen om in de vergadering het woord te voeren. Als er meer dan 6 insprekers zijn, wordt de tijd per inspreker naar rato ingekort. 5.. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel