Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 18.

Spreekrecht inwoners

Onderdeel van Reglement van orde raadscommissie gemeente Oost Gelre 2026

1.. Inwoners en andere belanghebbenden kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk op de dag vóór de vergadering voor 12.00 uur aan de griffie en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is met het oog op de orde van de vergadering. 4.. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. 6.. Een inspreker kan niet het woord voeren: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; over een gedraging waartegen een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; over een onderwerp waarover voorafgaand aan de commissievergadering informeel is ingesproken. 7.. De spreektijd voor insprekers bedraagt maximaal 5 minuten, tenzij de voorzitter anders beslist. 8.. Na afloop van het inspreken geeft de voorzitter de leden van de commissie de gelegenheid om een korte verhelderende vraag te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel