**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet.
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Breda;
De wet: de Participatiewet;
Algemene bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;
Bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 35 van de wet, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36 van de wet, en de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b van de wet;
Bijstandsnorm: het bedrag dat iemand minimaal nodig heeft om van te leven wat gelijk is aan het sociaal minimum;
Sociaal minimum: de toepasselijke bijstandsnorm, bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, 23 of 24 van de wet, bij alleenstaande ouders vermeerderd met het maximale bedrag van de alo-kop, omgerekend naar een maandbedrag, waarbij geen rekening wordt gehouden met kostendelende medebewoners zoals bedoeld in artikel 19a van de wet of verlagingen zoals bedoeld in de artikelen 27 of 28 van de wet;
Wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een werknemer jonger dan 21 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet;
De voorliggende voorziening: elke voorziening buiten de wet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter werving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven;
De eigen verantwoordelijkheid: de mate waarin de belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor de bekostiging van zijn kosten, via zijn eigen netwerk, sociale omgeving of andere voorliggende voorzieningen;
Draagkracht: de ruimte in het inkomen of vermogen dat in aanmerking wordt genomen ter vaststelling van de mate waarin de belanghebbende (een deel van) de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zelf wordt geacht te bekostigen.
Maatwerk: bijzondere bijstand wordt primair op grond van de wettelijke bepalingen en deze beleidsregels vastgesteld, maar bij (zeer) bijzondere individuele omstandigheden die de persoon, zijn sociale omgeving of zijn gezin of kinderen kan raken kan de bijstand worden afgestemd op de individuele situatie.
Alleenstaande ouder: de alleenstaande die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad (ouders-volwassen kind) of een bloedverwant in de tweede graad (broers/zussen/kleinkinderen) wanneer er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad spraken is zorgbehoefte.
Om niet: de bijzondere bijstand als gift
ALO-kop: de verhoging van het kindgebonden budget, zoals bedoeld in artikel 2, zesde lid van de Wet op het kindgebonden budget;
Werkenden die niet rond kunnen komen: iemand die zelf betaald werk heeft en met een huishoudinkomen (besteedbaar inkomen) onder de volgens het CBS vastgestelde armoedegrens leeft;
Maatschappelijke participatie: het deelnemen aan sportieve, sociaal-culturele en/of educatieve activiteiten, bij voorkeur in verenigings- of groepsverband.
Persoonlijke ontwikkeling: het deelnemen aan cursussen en activiteiten met perspectief op werk, vrijwillige inzet en tegenprestatie.
Ouderen: Personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben.
Kennelijke hardheid: wanneer het toepassen van de beleidsregels tot een onredelijk en ernstig gevolg leidt.
NIBUD: Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijk kennis en voorlichtingsinstituut op het gebied van huishoudfinanciën.
Schuldhulpverleningstraject: hieronder worden de WSNP- Wet schuldsanering natuurlijke personen, een wettelijke regeling voor mensen met problematische schulden die hun schulden niet zelfstandig kunnen aflossen en de MSNP- Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen, een traject van schuldhulpverlening dat wordt gestart via de gemeente verstaan.