Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Algemene uitgangspunten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Breda 2026

1.. Het college maakt geen gebruik van het drempelbedrag als bedoeld in artikel 35 tweede lid van de wet. De individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de wet en studietoeslag als bedoeld in artikel 36b van de wet worden niet in aanmerking genomen bij de draagkracht. 2.. De vrijlatingen genoemd in artikel 31 tweede lid van de wet, worden niet tot het in aanmerking te nemen inkomen gerekend. 3.. Het college wijst de aanvraag om bijzondere bijstand af indien de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten naar oordeel van het college kunnen worden bekostigd uit de van toepassing zijnde draagkracht. 4.. Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend, wordt aangesloten bij: De eerder vastgestelde draagkracht; of De resterende draagkracht, in die draagkrachtperiode. 5.. Bij het vaststellen van de draagkracht gaat het college uit van het beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken over het in aanmerking te nemen inkomen en/of vermogen. 6.. Bij het vaststellen van een variabel maandinkomen gaat het college uit van het gemiddelde van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. 7.. Er is geen draagkracht uit inkomen en vermogen aanwezig bij: Personen met een uitkering op grond van de Participatiewet; Personen die in het kader van de Wgs een minnelijke of wettelijke schuldregeling hebben of beslag op het inkomen. 8.. Indien en zolang de belanghebbende die is toegelaten tot het wettelijk schuldhulpverleningstraject voldoet aan de voorwaarden van dat traject, worden de bewindvoerderskosten gecorrigeerd in het vrij te laten bedrag door de afdeling schuldhulpverlening. 9.. Een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt alleen tijdens het draagkrachtjaar gewijzigd indien een significante wijziging van de persoonlijke of financiële situatie daartoe aanleiding geeft. Er is in ieder geval sprake van een significante wijziging als hiervoor bedoeld bij: Een wijziging van de norm alleenstaande/alleenstaande ouder naar gehuwden of andersom; Een wijziging in het inkomen van 10% of meer over een periode van minimaal 3 maanden; Toename van het vermogen waardoor het resterend vrij te laten vermogen wordt overschreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel